Bijdragen aan de bestrijding van COVID-19: de fiscale impact

Onder deze bijzondere omstandigheden voelen meerdere ondernemers zich geroepen goederen, geld, diensten te doneren of personeel ter beschikking te stellen aan bepaalde instellingen, doelen en/of particulieren om zo een steentje bij te dragen aan de bestrijding van COVID-19 of haar negatieve maatschappelijke gevolgen. Verliest u hierbij niet de fiscaliteit uit het oog: die kan uw vrijgevigheid belonen, maar ook voor onverwachte kosten zorgen. HVK Stevens praat u bij.

Charitatieve initiatieven 

De charitatieve initiatieven die bijdragen aan de strijd tegen de impact van het coronavirus op de samenleving lopen uiteen. Van de horeca en levensmiddelenbranche die houdbare en verse producten doneren aan voedselbanken, zorginstellingen en hulpbehoevenden tot ondernemers die laptops opknappen en/of ter beschikking stellen aan minder bedeelde gezinnen of ziekenhuizen. Daarnaast zijn er ook initiatieven waarbij artikelen of een deel van de opbrengst van deze artikelen worden gedoneerd aan goede doelen of zorgmedewerkers. Een sportwinkel die shirts doneert aan zorgmedewerkers. Tal van voorbeelden waarmee blijk wordt gegeven van vrijgevigheid, van marketing of van beide.

Schenkbelasting

Indien sprake is van een schenking door een inwoner van Nederland (particulier of bedrijf), dan is de ontvanger in beginsel schenkbelasting verschuldigd. Om te spreken van een schenking moet sprake zijn van een verrijking aan de ene kant, een verarming aan de andere kant en een bevoordelingsbedoeling van de schenker. Voor schenkingen aan derden (geen familieband) geldt op dit moment een vrijstelling voor alle schenkingen samen van € 2.208 per jaar. Het tarief van de schenkbelasting kan in dit verband zelfs oplopen tot 40%.

Bepaalde instellingen, zoals algemeen nut beoogde instellingen (hierna te noemen: ANBI) of (steunstichtingen) sociaal belang behartigende instellingen (hierna te noemen: SBBI)betalen geen schenkbelasting over verkregen schenkingen. Dit met de gedachte dat deze schenkingen dan uiteindelijk ook ten goede komen aan het algemeen en/of sociaal belang. Denkt u in het kader van coronabestrijding bijvoorbeeld aan (een steunstichting van) een ziekenhuis met de ANBI-status dat coronapatiënten behandelt. Ook kan gedacht worden aan de voedselbank of een onderwijsinstelling die de ANBI status heeft. Als u bijvoorbeeld computers schenkt aan een onderwijsinstelling, dan kan deze instelling de schenking belastingvrij ontvangen, indien zij door de Belastingdienst is aangewezen als ANBI. Dit geldt ook voor de (steunstichting) SBBI. Voor de aanwijzing van de ANBI- of (steunstichting) SBBI-status of het behoud hiervan moet de instelling aan strikte voorwaarden voldoen.

Schenkingen of donaties aan een ANBI of steunstichting SBBI kunnen ook leiden tot een belastingbesparing voor de schenker zelf, omdat deze schenkingen aftrekbaar kunnen zijn in de inkomsten- en vennootschapsbelasting.

Of een instelling de ANBI-status heeft, is te vinden in het ANBI-register van de Belastingdienst. De Belastingdienst houdt daarnaast ook een overzicht bij van alle steunstichtingen SBBI.

hvk-stevens-logomarklichtgrijs

Inkomstenbelasting

Voor de inkomstenbelasting geldt dat de donatie of gift bij de particulier in zijn of haar aangifte inkomstenbelasting voor in aftrek in aanmerking kan komen, mits de donatie of gift hoger is dan het drempelbedrag van € 60 dan wel 1% van het verzamelinkomen. De aftrek is gemaximeerd tot 10% van het verzamelinkomen. Indien de schenker een periodieke gift voor een periode van minstens vijf jaren vastlegt, dan is de gift onder gestelde voorwaarden jaarlijks in zijn geheel aftrekbaar.

Vennootschapsbelasting 

Voor de vennootschapsbelasting geldt de hoofdregel dat gemaakte bedrijfskosten in aanmerking komen voor aftrek van de winst. Deze aftrek is in beginsel ongelimiteerd. Andersoortige uitgaven of donaties (in de ruimste zin van het woord) die niet in de sfeer van bedrijfskosten liggen, kunnen daarnaast onder voorwaarden ook in aftrek worden gebracht. Op grond van de wet zijn bijvoorbeeld gedane giften aan de hiervoor genoemde ANBI en steunstichtingen SBBI aftrekbaar.

De totale aftrek voor giften in de vennootschapsbelasting is echter gemaximeerd tot 50 percent van de fiscale winst met een maximum van € 100.000. Dat wil zeggen dat, indien en voor zover de fiscale winst in een jaar méér dan € 200.000 bedraagt, de ondernemer in dat jaar (slechts) een bedrag van € 100.000 in aftrek kan brengen. Hoewel het meerdere niet aftrekbaar is als gift, kan de donatie mogelijk toch voor aftrek in aanmerking komen. Dat is het geval indien en voor zover zij een zakelijk karakter draagt. Indien de donatie een direct bedrijfsbelang van de onderneming beoogt te behartigen, neem bijvoorbeeld vergroting van de naamsbekendheid, dan kunnen deze ook in aftrek komen: niet als gift, maar als bedrijfskosten. In de praktijk levert de aftrek van giften of sponsoring als zakelijke marketingkosten vaak discussies op met de Belastingdienst. Centrale vraag in deze discussies is dan vaak of een gift niet voortkomt uit de persoonlijke behoefte van de aandeelhouder zelf.

HVK Stevens pleit voor een ruimhartige interpretatie van de motivering van een schenking ten behoeve van coronabestrijding.

hvk-stevens-logomarklichtgrijs

Omzetbelasting (btw)

Het doneren of het produceren van goederen in het kader van coronacrisis heeft tevens gevolgen voor de btw. Deze charitatieve initiatieven kunnen namelijk leiden tot verschuldigdheid van btw of een beperking van het btw-aftrekrecht van een ondernemer.

De meest voorkomende charitatieve transacties bestaan ofwel uit het doneren van goederen of uit het verrichten van diensten om niet. Op de btw-gevolgen  van beide varianten zullen wij hierna nader ingaan.

Donatie van goederen

Bij de donatie van ingekochte of zelf vervaardigde goederen onder de kostprijs aan begunstigden die geen of nagenoeg geen btw-aftrekrecht hebben, komt het Besluit Uitsluiting Aftrek (“BUA”) aan de orde. Het BUA beperkt de aftrek van betaalde btw op de directe of algemene kosten welke betrekking hebben op de ingekochte of zelf vervaardigde goederen, tot het btw-bedrag dat aan de begunstigde in rekening is gebracht (nihil bij donaties).

Denkt u bijvoorbeeld een bedrijf dat goederen doneert aan een ziekenhuis. De btw welke betrekking heeft op de aanschaf- of voortbrengingskosten van de geschonken goederen kan dan op basis van het BUA niet in aftrek worden gebracht en zijn onderdeel van de kosten voor het bedrijf.

Indien het BUA niet van toepassing is, kan nog sprake zijn van een fictieve levering voor zelf vervaardigde goederen. Als gevolg daarvan is eventueel btw verschuldigd over de donatie van goederen.

Naar onze mening zou de aftrekbeperking van het BUA en/of de verschuldigdheid van btw ondernemers die willen doneren kunnen beperken. Gelet op het doel van deze donaties en de noodzaak daartoe bepleiten wij dat het BUA niet van toepassing wordt verklaard op corona gerelateerde giften of leveringen.

Aanbieden van diensten

Naast dat goederen worden gedoneerd worden er momenteel ook diensten om niet aangeboden. Denk bijvoorbeeld aan bedrijven die gratis advies geven, (fysio)therapeuten die hun diensten gratis online aanbieden of bedrijven die gratis content op internet plaatsen.

Ook bij het aanbieden van diensten om niet bestaat het risico op beperkingen van aftrek van betaalde btw. Ook kan dit nog andere btw-gevolgen hebben zoals dat hiermee mogelijk niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden voor het opteren voor belaste verhuur.

Wij zijn van mening dat de charitatieve initiatieven in deze noodsituatie zeker niet afgeremd zouden moeten worden door fiscaal nadelige, niet bij deze situatie passende, regelingen. Het laatste is zeer onwenselijk en zodoende zijn er vanuit de praktijk, zoals door onze beroepsorganisatie, al een aantal suggesties aangedragen om deze negatieve effecten te beperken.

hvk-stevens-logomarklichtgrijs
Goede doelen oprichten in Corona tijd

In deze tijden komen nieuwe initiatieven op voor allerlei goede doelen. Mondkapjes maken, steun aan ziekenhuizen, projecten voor kwetsbare ouderen.

Hiervoor moet in de regel geld ingezameld worden. Uiteraard kan dat gebeuren via allerlei crowdfunding platforms en dergelijke. Inzamelen van geld voor een goed doel is geen garantie voor vrijstelling van belastingheffing. Sterker nog: een ieder die op eigen initiatief giften inzamelt en die weer wegschenkt, loopt het risico op 30 tot 40% schenkbelasting (bij bedragen van boven de 2.000 euro) over de geschonken bedragen. Als diegene vanuit de ingezamelde gelden vervolgens weer aan anderen schenkt, zou het kunnen dat daar nog weer eens 30-40% schenkbelasting over betaald moet worden, tenzij die partij zelf de anbi-status heeft.

Gelet op die belastingheffing, is het verstandig als iemand die giften gaat inzamelen, ook zelf een stichting oprichting en daarvoor de anbi-status gaat aanvragen. Dat is uiteraard even werk, maar het levert een paar dingen op: fiscale vrijstellingen voor schenkbelasting en erfbelasting, giftenaftrek voor de donateurs en een duidelijke juridische structuur en bijbehorende governance. Ook dat laatste is belangrijk: stel dat een initiatief heel veel geld oplevert, maar dat er in de besteding iets mis gaat. Als er dan een stichting is met een paar bestuurders dan kunnen die vervolgens samen naar een oplossing zoeken. Zij zullen niet zo snel aangesproken worden op mismanagement indien zij hun besluitvormingsprocessen al die tijd maar op de juiste wijze inhoudelijk hebben doorlopen. Als er echter maar een persoon is, zonder stichting en bijbehorende besluitvorming, dan zal die persoon en direct op aangekeken worden.

De vraag komt vaak of die bestuurders beloond mogen worden. Dit mag – afgezien van een kostenvergoeding – maar heel beperkt. Zij mogen alleen maar een vergoeding krijgen voor hun bestuurstaken als dit een zogenoemd vacatiegeld betreft, gemiddeld zo’n 200 euro per vergadering en niet meer. Dit is vastgelegd in de zogenoemde uitvoeringsregeling van de algemene wet rijksbelastingen en de bepalingen die daarin zijn opgenomen voor anbi’s. Maar als de bestuurders eenvoudig gezegd gewoon een baan hebben aan de stichting, dan mogen ze weer wel beloond worden. Wie dit in de praktijk nagaat, komt erachter dat hier vanzelfsprekend vele voorbeelden van zijn. De staatssecretaris van Financiën heeft dat ook expliciet toegestaan. Met een dergelijke vergoeding is dus vanuit de ANBI-regelgeving bezien niets mis. In het jargon heet dit een vergoeding voor uitvoerende werkzaamheden (soms ook: voor “operationele werkzaamheden”).

Af en toe kan er wel verwarring ontstaan hierover. Het is daarom belangrijk om intern vast te leggen wie de vergoeding voor uitvoerende werkzaamheden vaststelt namens de stichting. Dat moet uiteraard niet de uitvoerende bestuurder zelf zijn, die zou zich juist moeten onthouden van alle besluitvorming over zijn aanstelling als uitvoerende met een bijbehorende vergoeding. De rest van het bestuur dient zich serieus de vraag te stellen of de vergoeding reëel en niet te hoog is en past bij de uit te voeren (operationele) werkzaamheden. In de praktijk komt het helaas wel eens voor dat die vergoeding te hoog is, hoewel het anderzijds ook vaak voorkomt dat de uitvoerende werkzaamheden zwaar onderbetaald worden. Voor iemand die zijn ziel en zaligheid in de stichting legt, is dat laatste niet altijd aan te raden. Nog beter is het trouwens om, ingeval van een uitvoerende bestuurder, te gaan werken met een Raad van Toezicht. Die kan dan toezien op de uitvoerende bestuurder (directie) en op zijn vergoeding.

Zo zijn er nog meer dingen om in de gaten te houden voor een anbi-stichting. Het voert te ver om hier nu allemaal op in te gaan. Aandachtspunt is onder meer nog de controle op alle uitgaven, dus niet alleen op de bestuurdersvergoedingen. De beheerkosten moeten reëel zijn. Het bestuur moet zich iedere keer nadrukkelijk afvragen of de uitgaven die zij wil doen om haar doel te bereiken (de doelbestedingen) wel echt in lijn zijn met de doelstelling. De Belastingdienst controleert hier streng op. Indien bijvoorbeeld een begunstigde instelling zelf de anbi-status heeft, zal er in de regel geen probleem zijn; daarentegen wil de Belastingdienst nog wel eens bezwaren opwerpen tegen het steunen van niet-anbi’s, en dit geldt nog nadrukkelijker als dit bedrijven zijn. De standpunten van de Belastingdienst zijn in dit kader niet altijd even genuanceerd. Anbi’s moeten uiteraard altijd zelf de verantwoordelijkheid nemen, een goede controle op de besteding – in welke vorm dan ook – is nodig, en we weten inmiddels dat ook bedrijven algemeen nuttige projecten kunnen uitvoeren. Juist dan is het verstandig om doel, besteding van middelen en wijze van monitoring zorgvuldig vast te leggen.

Deze paragraaf is geschreven als artikel door Wilbert van Vliet en is hier te downloaden als PDF.

hvk-stevens-logomarklichtgrijs

Vraag tijdig advies

Graag bespreken wij met u de fiscale impact van de voorgenomen bijdrage van uw onderneming in de bestrijding van de coronacrisis. Hierbij bekijken wij hoe uw onderneming het beste kan anticiperen op de valkuilen en onduidelijkheden die de fiscale regelgeving momenteel nog kent op het gebied van vrijgevigheid.

hvk-stevens-logomarklichtgrijs