Noodmaatregel loonkostensubsidie 

De overheid heeft diverse maatregelen genomen om de financiële impact van de coronacrisis te beperken. Eén van de speerpunten van die maatregelen is de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW). Initieel was de NOW 1.0 geïmplementeerd. Deze maatregel voorzag in een subsidie voor de loonkosten van de maanden maart, april en mei 2020. Deze maatregel is opgevolgd door de NOW 2.0, die ziet op de maanden juni, juli, augustus en september 2020. Deze pagina bevat een bespreking op hoofdlijnen van beide regelingen.

Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (“NOW”)

Werkgevers die in 2020 een omzetdaling verwachten van ten minste 20% kunnen een verzoek indienen bij het UWV om een tegemoetkoming in de loonkosten te krijgen. Deze loonkostensubsidie is erop gericht om bedrijven in staat te stellen hun personeel door te betalen ondanks dalende omzet als gevolg van de coronacrisis. Deze regeling, formeel de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor behoud van Werkgelegenheid (“NOW”), maakt onderdeel uit van het Noodpakket banen en economie.

De loonkostensubsidie onder de NOW 1.0 en NOW 2.0 bedraagt maximaal 90% van de loonsom over de maanden maart, april en mei resp. juni tot en met september van 2020 (de ‘subsidieperiodes’). Het percentage van 90 geldt bij een omzetdaling van 100% en wordt naar evenredigheid verlaagd naar mate de omzetdaling kleiner is, bijvoorbeeld:

omzetdaling      tegemoetkoming
50%                         45%
25%                      22,5%

De subsidie wordt bij de uiteindelijk subsidievaststelling ook verlaagd indien de loonsom in de subsidieperiodes is gedaald ten opzichte van de loonsom in de referentiemaand januari (voor de NOW 1.0) respectievelijk maart (voor de NOW 2.0) (zie “De formele subsidievaststelling” hieronder).

Voor welke kosten tegemoetkoming?

Onder ‘loonsom’ wordt verstaan het brutoloon plus aanvullende lasten en kosten over de subsidieperiodes (denkt u aan werkgeverspremies, pensioenbijdragen en de opbouw van vakantiegeld). Omwille van de uitvoerbaarheid worden die lasten en kosten forfaitair gesteld op 30% (voor de NOW 1.0) dan wel 40% (voor de NOW 2.0) van het brutoloon. De uitkering van het vakantiegeld zelf, dat in veel gevallen in de maanden april of mei wordt uitbetaald, valt niet onder de loonsom en wordt dus niet gesubsidieerd. Tenslotte is het brutoloon beperkt tot € 9.538 per maand per individuele werknemer.

De subsidie geldt voor loonkosten van werknemers die verplicht verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen. Zij ziet zowel op loonkosten die worden betaald onder een vast contract als op loonkosten betaald onder een flexibel contract (zoals een nulurencontract). Hiermee worden werkgevers aangemoedigd om werknemers onder flexcontracten ook zo veel mogelijk door te betalen. Hiervoor geldt een inspanningsverplichting.

De regeling geldt niet voor loon of managementvergoedingen van directeuren-grootaandeelhouder (“DGA’s”). DGA’s dienen op grond van fiscale wetgeving een gebruikelijk loon te ontvangen voor de werkzaamheden die zij verrichten voor de ondernemingen waarin zij een aanmerkelijk belang hebben. Het Ministerie van Financiën heeft aangegeven dat de coronacrisis aanleiding kan geven om dit gebruikelijk loon tijdelijk te verlagen (zie hier meer over dit onderwerp).

De loonkostensubsidie geldt evenmin voor vergoedingen aan zzp’ers. Zzp’ers zijn aangewezen op de Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandige Ondernemers die wordt uitgevoerd door gemeenten.

hvk-stevens-logomarklichtgrijs

Belangrijkste voorwaarden

De loonkostensubsidie kent een groot aantal voorwaarden. Wij lichten daar een aantal uit:

  1. De werkgever heeft een inspanningsverplichting om de loonsom gedurende de subsidieperiode zoveel mogelijk gelijk te houden.
  2. De werkgever mag de subsidie uitsluitend gebruiken voor de betaling van loonkosten.
  3. De werkgever blijft tijdig loonaangiften indienen bij de Belastingdienst.
  4. Indien de werkgever tussen 17 maart en 1 juni 2020 ontslagaanvragen om bedrijfseconomische redenen doet, volgt een strafkorting op de subsidie (zie “De formele subsidievaststelling” hieronder).

NOW 2.0

  1. Het is de werkgever niet toegestaan om over 2020 dividend uit te keren, om eigen aandelen in te kopen en bonussen of winstuitdelingen toe te kennen aan de Raad van Bestuur, het bestuur of de directie.
  2. De werkgever heeft een inspanningsverplichting om de loonsom gedurende de subsidieperiode zoveel mogelijk gelijk te houden.
  3. De werkgever heeft een inspanningsverplichting om werknemers te stimuleren deel ten nemen aan een ontwikkeladvies of scholing.
  4. De werkgever mag de subsidie uitsluitend gebruiken voor de betaling van loonkosten.
  5. De werkgever blijft tijdig loonaangiften indienen.
  6. Indien de werkgever tussen 31 mei en 1 oktober een ontslagaanvraag doet om bedrijfseconomische redenen, volgt mogelijk een (beperkte) strafkorting (zie “De formele subsidievaststelling” hieronder).

Omzetdaling

Veel ondernemingen zullen niet onmiddellijk na het uitbreken van de coronacrisis te maken hebben gehad met een omzetdaling, maar zullen die omzetdaling op een later moment ervaren. Om deze reden kunnen werkgevers zelf een driemaandsperiode kiezen die dient ter berekening van de omzetdaling. Deze meetperiode dient te starten op de eerste dag van de maand maart, april of mei 2020 (NOW 1.0) of die van de maand juni, juli of augustus 2020 (NOW 2.0). Indien een werkgever gebruik maakt van zowel de NOW 1.0 als de NOW 2.0, dan moeten de gekozen meetperioden op elkaar aansluiten.

Om seizoenseffecten enigszins te voorkomen wordt de omzet over de zelfgekozen meetperiodes vergeleken met de omzet van de periode januari tot en met december 2019 gedeeld door vier (voor toepassing van de NOW 1.0) dan wel gedeeld door drie (voor toepassing van de NOW 2.0). Seizoenseffecten hebben echter nog steeds een impact op de hoogte van de subsidie: bedrijven met een relatief lage omzet in de meetperiodes (die valt tussen 1 maart en 31 juli 2020 voor de NOW 1.0 en tussen 1 juni en 30 november 2020 voor de NOW 2.0) zullen als gevolg van deze benadering een relatief hoge omzetdaling laten zien ten opzichte van het gemiddelde uit 2019. Tevens kan het voorkomen dat de gegevens van 2019 niet representatief zijn voor 2020. Vanwege de beoogde eenvoud van de NOW wordt met deze effecten echter geen rekening gehouden.

Van belang is dat de meetperiode al definitief gekozen moest worden bij de eerste subsidieaanvraag en niet bij de definitieve subsidievaststelling nog gewijzigd kan worden. Het was (voor de NOW 1.0) en is (voor werkgevers die alleen van de NOW 2.0 gebruikt gaan maken) dus zaak om een goede inschatting te maken van de timing van de omzetdaling en die timing waar mogelijk te beïnvloeden (zie over de aanvraagdeadlines “De aanvraag” hieronder).

De omzetdaling wordt, indien sprake is van een groep van rechtspersonen, bepaald op concernniveau. Voor concerns met minder dan 20% omzetverlies is het mogelijk gemaakt dat individuele werkmaatschappijen met méér dan 20% omzetdaling de loonkostensubsidie aanvragen op basis van hun individuele omzetdaling. Aan deze mogelijkheid worden wel aanvullende voorwaarden verbonden, zoals géén dividenden en bonussen over 2020 door het gehele concern, overleg met werknemersvertegenwoordiging en aanvullende accountantscontroles. Concerns die wel een omzetdaling van minimaal 20% hebben kunnen geen gebruik maken van deze afwijkingsmogelijkheid. Dat betekent dat individuele werkmaatschappijen van een groep per saldo een lagere subsidie kunnen krijgen dan waar zij op grond van hun individuele omzetdaling aanspraak op zouden maken. Voor concerns met personeel-bv’s moet altijd uitgaan worden van omzetdaling op concernniveau.

Voor de definitie van ‘omzet’ wordt aangesloten bij het jaarrekeningenrecht. Afhankelijk van hun grootte rapporteren ondernemingen bruto- of netto-omzet (i.e. bruto-omzet na aftrek van onder meer kortingen en omzetbelastingen). Wijzigingen in onderhanden projecten gelden hierbij als omzet. Afschrijvingen op dubieuze debiteuren lijken de omzet in het kader van de NOW niet te beïnvloeden. Indien de liquiditeit van de onderneming het toestaat, kan het in gevallen raadzaam zijn om het verzoek zo lang mogelijk uit te stellen tot aan de uiterste aanvraagdatum, om zo met de meeste zekerheid de meest gunstige meetperiode te kiezen (zie ook “De aanvraag” hieronder). Volledigheidshalve zij tenslotte opgemerkt dat de ontvangen subsidie op grond van NOW 1.0 niet meetelt als omzet voor de NOW 2.0.

Het voorschot

De regeling voorziet in een onmiddellijke uitkering van een voorschot op een later definitief vast te stellen subsidie. Dat voorschot wordt bepaald volgens een vastgestelde berekening.

In een vereenvoudigde uitleg gaat deze berekening uit van de loonsom van het eerste (voor de NOW 1.0) dan wel derde (voor de NOW 2.0) aangiftetijdvak van het jaar 2020. In veel gevallen is dat de loonsom van de maand januari (voor de NOW 1.0) respectievelijk maart (voor de NOW 2.0), zoals hierna zal worden aangenomen. De loonsom over januari of maart moet worden vastgesteld met inachtneming van de beperkingen en de forfaitaire bijtelling voor bijkomende lasten en kosten van 30% zoals hierboven genoemd onder “Voor welke kosten tegemoetkoming?”.

De aldus herberekende loonsom van januari of maart 2020 geldt als basis voor de berekening van het voorschot voor de subsidieperiodes (maart tot en met mei 2020 dan wel juni tot en met september 2020). Dat totale voorschot wordt als volgt berekend voor de NOW 1.0:

A x B x 3 x 90% x 80%

Hierbij staat:

A voor de verwachte omzetdaling in de te kiezen meetperiode (in te schatten zoals hierboven beschreven onder “Omzetdaling”) en;

B voor de herberekende loonsom van januari 2020.

Bij de NOW 2.0 betreft de subsidieperiode 4 maanden, waardoor het voorschot wordt berekend op basis van de volgende formule:

A x B x 4 x 90% x 80%

Let op: B wordt bij de NOW 2.0 berekend met inachtneming van 40% forfaitaire bijtelling voor bijkomende lasten en kosten (in plaats van 30% voor de NOW 1.0).

De aanvraag

Het UWV voert de regeling uit vanaf maandag 6 april 2020. Werkgevers konden aanvragen voor de NOW 1.0 indienen tot en met uiterlijk 31 mei 2020. Aanvragen voor de NOW 2.0 kunnen nog worden gedaan tot en met 31 augustus 2020.

De aanvraag vindt plaats per loonheffingsnummer. Is sprake van meerdere loonheffingsnummers en wenst men tegemoetkoming in de loonkosten voor alle werknemers, dan dienen meerdere aanvragen te worden ingediend. Elke afzonderlijke aanvraag gaat daarbij uit van dezelfde omzetdaling, die immers op concernniveau wordt vastgesteld.

Aanvragen kunnen worden gedaan met een formulier op de website van het UWV.

De betaling van het voorschot vindt plaats in drie (NOW 1.0) / twee (NOW 2.0) termijnen.

Het UWV heeft een formele beslistermijn met betrekking tot het voorschot van 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag, maar streeft ernaar de eerste termijn uit te betalen binnen 2-4 weken na indiening van de volledige aanvraag.

hvk-stevens-logomarklichtgrijs

De formele subsidievaststelling

Na 6 oktober 2020 (NOW 1.0) of 15 november 2020 (NOW 2.0) moet de werkgever binnen 24 weken bij het UWV vaststelling van de definitieve subsidie aanvragen op basis van de werkelijke cijfers over de gekozen meetperiode. Eindigt de zelfgekozen meetperiode na 15 november 2020, dan is de uiterste termijn 24 weken na afloop van de meetperiode. Indien een accountantsverklaring is vereist (zie onder), is de termijn 38 weken.

Indien het berekende voorschot meer dan € 100.000 bedraagt, of als de vast te stellen subsidie meer dan € 125.000 bedraagt, dient bij de aanvraag van de uiteindelijke vaststelling van de subsidie een verklaring van een accountant te worden afgegeven voor de naleving van de subsidievoorwaarden. Bij beide bedragen wordt uitgegaan van het subsidiebedrag dat wordt toegekend aan de natuurlijke persoon, rechtspersoon of het concern en dus niet per loonheffingnummer.

Bij voorschotten onder de € 100.000 en subsidies onder de € 125.000 dient een derde deskundige in een verklaring de omzetdaling te bevestigen. Voorschotten onder de € 20.000 en definitieve subsidies onder de € 25.000 zijn gevrijwaard van deze verplichtingen.

De definitieve subsidie wordt wederom in een vereenvoudigde uitleg in beginsel als volgt berekend (NOW 1.0):

A x B x 3 x 90%

Hierbij staat nu:

A voor de werkelijke omzetdaling (te berekenen op basis van werkelijk cijfers over de gekozen meetperiode volgens de methode hierboven beschreven onder “Omzetdaling”) en;

B voor de herberekende loonsom van januari 2020.

De loonkostensubsidie ziet op het behoud van werkgelegenheid. Mochten toch ontslagaanvragen worden gedaan om bedrijfseconomische redenen, dan heeft dit negatieve gevolgen voor de subsidie: de factor B wordt in dat geval verminderd met het loon van de betrokken werknemer(s) vermenigvuldigd met 1,5 (enkel bij NOW 1.0). Indien na 17 maart 2020 (NOW 1.0) ontslagaanvragen waren gedaan om bedrijfseconomische redenen, dan kon de werkgever deze aanvragen nog intrekken binnen vijf dagen na inwerkingtreding van de NOW 1.0 zonder met deze korting op de loonkostensubsidie te worden geconfronteerd.

De subsidie wordt verder gekort indien de maandelijkse loonkosten in de subsidieperiode dalen ten opzichte van de loonkosten van de referentiemaand januari of maart 2020. Die korting wordt berekend volgens de volgende formule:

(B x 3- C) x 90%

Hierbij staat:

B voor de herberekende loonsom van de referentiemaand en;

C voor de herberekende loonsom voor de subsidieperiode.

Met deze kortingsregeling beoogt het kabinet werkgevers te stimuleren om werknemers gedurende de subsidieperiodes zo veel mogelijk door te betalen op hetzelfde niveau als in de maanden januari c.q. maart van 2020. De gedachte hierbij is dat pas aanleiding bestaat voor loonkostensubsidie indien de omzetdaling groter is dan de daling van de loonkosten. Met andere woorden, een onderneming die kampt met een omzetdaling van 60% maar tegelijk ook haar loonkosten drukt met 60% wordt geacht de resterende 40% aan loonkosten te dragen uit de resterende omzet.

Indien werkgevers bij de NOW 2.0

  • een WMCO-melding doet in de periode tussen 30 mei 2020 en 1 oktober 2020, en
  • in die periode één of meerdere verzoeken doet om collectief ontslag voor 20 of meer medewerkers wegens bedrijfseconomische redenen,

wordt de definitieve subsidie verlaagd met een 5% boete. De werkgever kan de boete voorkomen door na de WMCO-melding met de vakbonden of andere werknemersvertegenwoordiging in overleg te treden over de WMCO-melding en een akkoord te sluiten over het aantal te vervallen arbeidsplaatsen.

Door de robuuste vormgeving van de NOW-regeling wordt de korting echter ook toegepast wanneer de loonsom in de subsidieperiode ten opzichte van januari of maart daalt door andere oorzaken, bijvoorbeeld omdat de loonsom van de maand januari of maart relatief hoog was als gevolg van uitbetaling van tantièmes of eindejaarsuitkeringen. Met de omgekeerde situatie – relatief lage loonkomsten in januari 2020 ten opzichte van de subsidieperiode – werd aanvankelijk geen rekening gehouden. Dit is inmiddels aangepast in die zin dat in deze situatie de loonsom over de maanden maart tot en met mei 2020 wordt vergeleken met 3x de loonsom over januari 2020. Indien de loonsom van de maanden maart, april en mei hoger is, wordt deze loonsom gehanteerd als uitgangspunt voor de vaststelling van de NOW-subsidie.

hvk-stevens-logomarklichtgrijs

Controle

De aanvraag van definitieve subsidievaststelling dient in beginsel vergezeld te gaan van een accountsverklaring en een verklaring dat is voldaan aan alle verplichtingen.

Het uitgangspunt van de NOW is dat de werkgever verantwoordelijk is voor de informatie die hij verstrekt. Om te controleren of de subsidie terecht is verstrekt, kan de administratie van de werkgever achteraf worden gecontroleerd. De werkgever moet daarom een administratie aanleggen met alle relevante gegevens voor vaststelling van de subsidie. Deze administratie moet tot vijf jaar na de vaststelling van de subsidie beschikbaar blijven.

Samenloop met andere regelingen

Wij maken u erop attent dat naast een aanvraag voor loonkostensubsidie onder de NOW mogelijk ook andere regelingen voor uw onderneming openstaan. Te denken valt bijvoorbeeld aan uitstel van betaling bij de Belastingdienst voor verschuldigde inkomstenbelasting, loonbelasting, omzetbelasting en/of vennootschapsbelasting en het verlagen van voorlopige aanslagen. In dat kader merken wij op dat de loonkostensubsidie onder de NOW voor de inkomsten- en vennootschapsbelasting wel geldt als een belaste ondernemingsbate. Wij zullen u over de andere regelingen separaat blijven berichten.

hvk-stevens-logomarklichtgrijs