HVK Stevens
Licht houten gang met glazen wanden en uitzicht
Stan Stevens - HVK Stevens

Opiniestuk: Stan Stevens over de revisie van box 3

De komende weken worden nog erg spannend. Gaat het kabinet dekking vinden voor de plannen om box 3 aan te passen? Lukt het om een meerderheid te vinden voor het Belastingplan? We kunnen lang filosoferen en speculeren over de vraag waarom het zo lang geduurd heeft voordat het kabinet de stap gezet heeft naar het belasten van werkelijk rendement en waarom in eerste instantie en zo lang vastgehouden is aan de vermogensaanwasbelasting. 

Een eerder debat: de vermogensaanwasbelasting

Reeds in de jaren zeventig werd een stevige politieke strijd gevoerd over de invoering van een vermogensaanwasbelasting. Veel economen verdedigen deze heffing omdat het rendement direct belast wordt en er geen belastinguitstel mogelijk is. De heffing is daardoor economisch gezien efficiënter. Daar staat echter tegenover dat het heffen van belasting over inkomen dat nog niet gerealiseerd is op gespannen voet staat met het rechtsgevoel van mensen. Voor de legitimiteit van het belastingstelsel is het goed als belastingen aansluiten bij het rechtsgevoel van burgers. Inkomen moet belast worden zoals het ook door burgers wordt ervaren. Een empirisch inkomensbegrip dus. Bovendien - zo leerde Adam Smith al - is het verstandig om belasting te heffen op een moment dat het zo min mogelijk pijn doet. Dit moment is wanneer het inkomen ontvangen wordt of de winst gerealiseerd wordt. Dat de belasting over papierenwinsten eventueel ook uit andere bronnen betaald kan worden, doet daar niet aan af. 

Een cruciale weeffout: geen carry-back

Een cruciale weeffout in het oorspronkelijke voorstel voor de vermogensaanwasbelasting was het ontbreken van de mogelijkheid tot achterwaartse verliesverrekening. Daardoor was het mogelijk dat papierenwinsten in de heffing worden betrokken die uiteindelijk nimmer gerealiseerd worden - zonder dat dit later tot teruggaaf van belasting zou leiden. Door deze weeffout was de voorgestelde vermogensaanwasbelasting evident in strijd met het draagkrachtbeginsel. Ook het feit dat andere landen de gerealiseerde vermogenswinsten in de heffing betrekken en niet de vermogensaanwas, pleit voor de draai die het kabinet ten langen leste heeft gemaakt naar de vermogenswinstbelasting. 

De vermogenswinstbelasting: een stap in de goede richting

Vanaf 1 januari 2028 gaat in het vernieuwde wetsvoorstel de vermogenswinstbelasting gelden voor de meeste vermogensbestanddelen, zoals onroerende zaken, aandelen en andere financiële instrumenten. Vermogenswinsten zijn dus pas belast bij verkoop. De reguliere inkomsten, zoals rente en dividend, zijn direct belast. Voor een beperkt aantal vermogensbestanddelen - namelijk direct gehouden crypto’s, bankrekeningen en allerlei verzekeringsproducten - blijft echter tot naar verwachting 1 januari 2030 de vermogensaanwasbelasting gelden. Het lijkt erop dat deze uitzondering vooral gemaakt wordt om IT-technische redenen. Conceptueel gezien is die uitzondering echter niet logisch. Vooral bij crypto’s waarvan de koersontwikkeling erg volatiel kan zijn strijdt deze regeling met het draagkrachtbeginsel. Ik vraag mij af of deze uitzondering te zijner tijd standhoudt bij de rechter.

Huwelijk en scheiding: een ongerechtvaardigde belemmering

Het voorgestelde regime is fiscaaltechnisch nog niet volmaakt. Bij huwen of scheiden moet in de voorgestelde regeling worden afgerekend over de ongerealiseerde winsten. Heffing kan slechts worden vermeden door niet te huwen in een gemeenschap van goederen of te regelen dat de vermogensbestanddelen buiten de gemeenschap blijven. Op andere plaatsen in de inkomstenbelasting biedt de wetgever wel een doorschuiffaciliteit bij huwen en scheiden. Het is dus inconsequent om dat niet te doen in box 3. Het lijkt mij ook terecht dat de overheid geen fiscale belemmering opwerpt om te huwen in gemeenschap van goederen. 

Nog steeds een carry-back nodig

Ook ontbreekt in het voorstel van box 3 nog steeds de mogelijkheid van carry-back. Nu kan worden betoogd dat de urgentie minder is, omdat pas belasting geheven wordt bij realisatie, maar dat laat onverlet dat het risico bestaat dat meer inkomen belast wordt dan de belastingplichtige per saldo heeft genoten. Dat moet zoveel mogelijk worden voorkomen. Overigens bestaat er naar mijn mening ook een risico dat belastingplichtigen verliezen naar voren zullen gaan halen. Het is namelijk mogelijk om bijvoorbeeld incourante aandelen waarin een latent verlies besloten ligt te verkopen aan de eigen BV. Beursaandelen kunnen eenvoudig op de beurs verkocht en daarna teruggekocht worden. Zeker als er geen ruime carry-backmogelijkheid is, zullen belastingplichtigen gestimuleerd worden om dit te doen.

Budgettaire dekking: hogere forfaits en een lager box 2-tarief

Om het budgettaire gat te dichten dat valt door de overstap naar een vermogenswinstbelasting wordt voorgesteld om het forfaitaire rendement in box 3 over 2027 te verhogen naar 7,87%. Als het werkelijke rendement lager is, is het voordelig een beroep te doen op de tegenbewijsregeling. Daarnaast zal het toptarief voor box 2 tijdelijk worden verlaagd. Nu geldt tot € 68.843 (en samen met de partner tot € 137.686) een tarief van 24,5% en daarboven 31%. Over de periode 2027 t/m 2030 zal het toptarief verlaagd worden naar 29,2%. In het huidige voorstel maakt het niet uit in welk jaar een extra dividend wordt uitgekeerd. Voor belastingplichtigen een aantrekkelijke regeling, maar op de langere termijn kost dit geld. Dit komt doordat de belastingopbrengsten alleen naar voren worden gehaald. In dat verband is het opmerkelijk dat niet nader gekeken is naar het versoberen of schrappen van het opstaptarief in de Vpb. Het CPB heeft deze regeling immers negatief geëvalueerd.

Lenen van de eigen BV: geleidelijke afbouw

De huidige ruimte van € 500.000 om van de BV te lenen wordt in 5 jaar stapsgewijs met € 80.000 per jaar verlaagd naar € 100.000. De bestaande uitzondering voor de lening van de BV die is afgesloten voor de aankoop van een eigen woning blijft bestaan. Vanwege de verplichting om deze lening annuïtair af te lossen, zullen nieuwe leningen geleidelijk afnemen. Voor leningen die afgesloten zijn voor 1 januari 2013 geldt deze verplichting echter niet. Rechtszekerheid is een groot goed voor belastingplichten, maar het is wel de vraag of het rechtvaardig is dat er zo lang een verschil wordt gemaakt tussen oude en nieuwe leningen.        

Kleine spaarders als sluitpost: een politiek gevoelige keuze

Tot slot lag er een dekkingsvoorstel om de vrijstelling in box 3 te verlagen. Daardoor worden echter vooral kleine spaarders getroffen. Omdat er veel kleine spaarders zijn, levert dat relatief veel op. Er is logischerwijs veel kritiek gekomen op deze keuze en het kabinet heeft al een terugtrekkende beweging gemaakt.

Een goed systeem voorop

Het debat over box 3 en het Belastingplan is nog in volle gang. Er zullen dus nog ongetwijfeld wijzigingen volgen. De keuze voor een vermogenswinstbelasting is positief. Er zitten nog wel enkele technische onvolkomenheden in. Deze wegnemen kost geld. Als fiscalist pleit ik uiteraard eerst voor een goed systeem. De budgettaire dekking is dan het samenspel van tarief en vrijstellingen. Daarin kunnen politieke keuzes worden gemaakt. Ook in box 3 zou bijvoorbeeld, net als in box 1 en in box 2, gewerkt kunnen worden met een progressief tarief in plaats van een vast tarief van 36%. Ook zou gekeken kunnen worden naar het eigenwoningforfait. De eigen woning wordt in vergelijking met andere inkomsten uit vermogen relatief laag belast. Tot een waarde van € 1.350.000 is het forfait slechts 0,35%.

De komende jaren verwacht ik nog wel meer discussies over de belastingheffing van vermogen. Het tariefverschil tussen box 3 (36%) en BV (25,8% VPB en max 31% IB) zal leiden tot arbitrage. Er zal kritiek blijven bestaan op de mogelijkheid om belastingheffing uit te stellen via de BV en in box 3 tot realisatie. In het regeerakkoord staat dat niet getornd zal worden aan de bedrijfsopvolgingsregeling, maar hoe lang blijft dat houdbaar? Een versobering werd in elk geval niet genoemd in de mogelijke dekkingsvoorstellen. Anders dan de optie om schenken op papier af te schaffen, die nog boven de markt hangt. Tegelijkertijd zien we dat er terecht ook weer meer aandacht is voor het vestigingsklimaat in Nederland. 

Contact

Meer inzichten

Prinsjesdag Webinar 2026: terugkijken
Lees verder

Estate Planning

,

Private Wealth

,

Real Estate

,

Tax Structuring

Vastgoedcontinuïteit: wanneer vermogen in stenen een liquiditeitsprobleem vormt
Lees verder

BTW

Besluit Uitsluiting Aftrek ("BUA") Handleiding 2025
Lees verder
Stan Stevens van HVK Stevens over de revisie van box 3