HVK Stevens
Box 3-update: novelle met uitbreiding van vermogenswinstbelasting
Jimmy Eskens - HVK Stevens
Sophia Mulder

Box 3-update: novelle met uitbreiding van vermogenswinstbelasting

In onze vorige box 3-update informeerden wij je over de Wet werkelijk rendement box 3 (“WWR”), die het forfaitaire box 3-stelsel per 2028 zou vervangen door een heffing op basis van werkelijk rendement. Als hoofdregel zou daarbij de vermogensaanwasbelasting (“VAB”) gelden, waarbij naast rente en dividend ook ongerealiseerde waardestijgingen jaarlijks worden belast. Enkel voor onroerende zaken en aandelen in startende ondernemingen zou de vermogenswinstbelasting (“VWB”) gaan gelden. Bij de VWB wordt de waardestijging pas belast bij realisatie. 

Op Prinsjesdag bleek zowel het politieke draagvlak voor de VAB als de overeenstemming over de budgettaire dekking te ontbreken. De oplossing werd doorgeschoven naar de Voorjaarsnota 2027. Inmiddels is het kabinet hierop teruggekomen en zijn er alweer nieuwe belangrijke ontwikkelingen ten aanzien van box 3. Stan Stevens schreef onlangs een opiniestuk over de achtergronden en de principiële keuzes die aan deze discussie ten grondslag liggen. In deze update lees je concreet wat er mogelijk gaat veranderen en wat dit voor jou kan betekenen.

Nu toch een novelle: van aanwasbelasting naar winstbelasting

Met de Kamerbrief van 29 september jl. heeft het kabinet een zogeheten novelle aangekondigd. Een novelle is een aanvullend of wijzigend wetsvoorstel dat de regering indient om een al bestaand wetsvoorstel te wijzigen. In dit geval wijzigt de novelle het wetsvoorstel WWR, dat momenteel nog aanhangig is in de Eerste Kamer.

De novelle breidt de vermogenswinstbelasting vanaf 2028 uit naar alle financiële instrumenten. De VWB houdt in dat je belasting betaalt over de winst die je daadwerkelijk realiseert bij de verkoop van een belegging. Zolang je jouw beleggingen aanhoudt, blijft de heffing over waardeveranderingen in beginsel dus uit. Voor beleggingen die je al voor 1 januari 2028 bezit, wordt als beginwaarde de waarde van jouw belegging op die datum gehanteerd. Daarnaast worden renten en dividenden, net als bij de VAB, jaarlijks belast.

Onder financiële instrumenten worden voor de toepassing van box 3 verstaan:

  1. financiële instrumenten in de zin van de Wft, zoals verhandelbare aandelen, obligaties, beleggingsfondsen, opties en andere derivaten; en

  2. niet-(vrij)verhandelbare aandelen en winstbewijzen in vennootschappen, inclusief rechten daarop en termijncontracten om dergelijke aandelen te verwerven of te vervreemden.

Voor de meeste beleggers betekent dit dat vrijwel alle beleggingen die zij aanhouden via een bank of vermogensbeheerder onder het nieuwe regime vallen, maar ook niet-beursgenoteerde minderheidsbelangen in vennootschappen. Banktegoeden, directe cryptobeleggingen, verzekeringsproducten, lijfrentes en periodieke uitkeringen (voor zover deze niet in box 1 worden belast), vorderingen en schulden (voor zover deze niet kwalificeren als financieel instrument), vreemde valuta en roerende beleggingen, zoals horloges of goud, blijven tijdelijk onder de VAB vallen. Het kabinet verwacht dat al deze resterende categorieën per 2030 alsnog onder de VWB worden gebracht. 

Gevolgen

Een belangrijk voordeel van de VWB, ten opzichte van de VAB, is dat de VWB het risico beperkt dat beleggingen moeten worden verkocht om belasting over ongerealiseerde waardestijgingen te betalen. Een nadeel van de VWB is dat het administratief bewerkelijker is, omdat het resultaat van de individuele transacties moet worden bepaald. Bovendien zou een economisch nadeel kunnen zijn dat beleggers de verkoop uitstellen om belastingheffing te vermijden en daardoor niet meer strategisch optimaal beleggen.

Een ander aandachtspunt blijft het ontbreken van algemene doorschuiffaciliteiten bij overlijden, huwelijk en echtscheiding, waardoor belastingheffing kan ontstaan zonder dat liquiditeiten vrijkomen. Daarnaast zullen de benodigde gegevens over financiële instrumenten voor de aangifte over 2028 nog niet vooraf worden ingevuld. Beleggers moeten dus zelf de gegevens bijhouden die nodig zijn om hun rendement te berekenen.

Dekkingsmaatregelen

Om de budgettaire derving als gevolg van de overstap naar de VWB te financieren, heeft het kabinet een aantal maatregelen voorgesteld. Hieronder lichten wij de dekkingsmaatregelen en bijbehorende gevolgen toe.

  • Het forfait voor ‘overige bezittingen’ in box 3 wordt in 2027 met 1,5 procentpunt verhoogd naar 7,87%.  Door het verhoogde forfait zal de tegenbewijsregeling, waarbij alleen het werkelijke rendement wordt belast, voor een grotere groep belastingplichtigen voordelig uitpakken dan voorheen.

  • Het heffingsvrije vermogen daalt per 2027 van € 59.357 naar € 30.846 per belastingplichtige. Per 2028 daalt het heffingsvrije resultaat van € 1.800 in het originele voorstel naar € 1.000 in het nieuwe wetsvoorstel.

  • De excessiefleendrempel wordt in vijf jaarlijkse stappen van € 80.000 verlaagd van € 500.000 naar € 100.000, waarbij het bovenmatige deel van de schuld als fictief regulier voordeel in box 2 wordt belast. Leningen voor de eigen woning blijven daarbij vrijgesteld. 

  • Het toptarief in box 2 wordt tijdelijk verlaagd van 31% naar 29,2% in de periode 2027–2030. Dit biedt een concrete kans om opgebouwde reserves in de BV tegen een lager tarief naar privé uit te keren.

Budgettaire dekking en tijdspad

De dekkingsmaatregelen stuiten op weerstand in de Tweede Kamer. Ten eerste worden door de verlaging van het heffingsvrije resultaat ook kleine spaarders geraakt. Ten tweede lost het pakket het probleem niet structureel op: vanaf 2032 ontstaat een dekkingsgat waarvoor nog geen oplossing is gevonden. 

Minister Heinen had toegezegd uiterlijk 12 oktober 2026 met aanvullende voorstellen te komen om kleine spaarders te ontzien, maar dit is verschoven naar begin november. Ondertussen is het tijdspad krap. De novelle en het wetsvoorstel WWR moeten uiterlijk 31 december 2026 door beide Kamers zijn aangenomen om de beoogde inwerkingtreding per 1 januari 2028 te halen. Hoewel de politieke discussie over de dekking nog niet is afgerond, lijkt uitstel van inwerkingtreding vooralsnog niet aan de orde.

Afsluitend

Wij volgen de verdere ontwikkelingen nauwlettend en denken graag mee over eventuele aandachtspunten en mogelijkheden binnen jouw vermogensstructuur. Heb je in de tussentijd vragen over jouw specifieke situatie? Neem dan gerust contact met ons op.

Contact

Meer inzichten

Private Wealth

,

Corporate Business

,

Family Owned Business

,

Real Estate

,

Innovatiebox

Prinsjesdag: De impact van het Belastingpakket 2027
Lees verder

ANBI

Handreiking Belastingdienst: jouw ANBI steunt een andere organisatie
Lees verder

ANBI

Kamerbrief: meer duidelijkheid over ANBI-regeling
Lees verder
Vermogenswinstbelasting-box 3-2027-HVK Stevens