BTW
23/06/2021 HVK Stevens

BTW-vrijstelling beleggingsmaatschappijen

 Verruiming BTW-vrijstelling gemeenschappelijke beleggingsfondsen, kans voor trustkantoren en vermogensbeheerders. 

 Op 17 juni 2021 heeft het Hof van Justitie van de EU (“HvJ“) geoordeeld dat fiscale diensten en diensten op het gebied van software binnen de reikwijdte kunnen vallen van de btw-vrijstelling voor het beheer van gemeenschappelijke beleggingsfondsen. Hierbij gelden wel enkele voorwaarden. Het oordeel van het HvJ biedt mogelijkheden om de btw-vrijstelling ruimer toe te passen op (uitbestede) diensten. Dit biedt onder andere mogelijkheden voor trustkantoren of andere vermogensbeheerders van beleggingsfondsen. 

Algemeen 

Op grond van de wet op de Omzetbelasting is het beheer van gemeenschappelijke beleggingsfondsen vrijgesteld van btw. 

Het gaat hierbij om fondsen 1) die worden gefinancierd door meer dan één deelnemer, 2) beleggen op basis van risicospreiding, 3) waarbij het beleggingsrisico wordt gedragen door de deelnemers en 4) die onderworpen zijn aan bijzonder overheidstoezicht. Als cumulatief wordt voldaan aan deze voorwaarden, is het beheer van het fonds btw-vrijgesteld. 

Welke diensten exact vallen onder “beheer” is niet expliciet vastgelegd. Echter in de jurisprudentie komt naar voren dat onder beheer wordt verstaan alle diensten die specifiek en essentieel zijn voor het beheer van het beleggingsfonds. Naast het beheer van de beleggingen, gaat het dan ook om taken van administratieve en boekhoudkundige aard. Ook het verstrekken van advies over beleggingen is onder voorwaarden btw-vrijgesteld. Daarnaast kan de btw-vrijstelling zowel worden toegepast door een directe beheerder als door een derde beheerder. 

Jurisprudentie K en DBKAG 

Op 17 juni 2021 heeft het HvJ de reikwijdte van de btw-vrijstelling voor gemeenschappelijke beleggingsfondsen nader ingevuld in de Oostenrijkse zaken K en DBKAG. 

In de zaak K werden aan beleggingsmaatschappijen fiscale diensten verleend bestaande uit de vaststelling van de waarden die relevant zijn voor de inkomstenbelasting van deelnemers in de fondsen, zoals belastingafrekeningen. In de zaak DBKAG werden softwarediensten ingekocht ten behoeve van het beheer van gemeenschappelijke beleggingsfondsen. 

In dit kader stelden K en DBKAG dat de fiscale en softwarediensten vrijgesteld waren onder toepassing van de btw-vrijstelling voor gemeenschappelijke beleggingsfondsen. De Oostenrijkse Belastingdienst was het daar niet mee eens, omdat zij onder andere van mening was dat de diensten niet essentieel waren voor het beheer van een gemeenschappelijk beleggingsfonds en daarbij onvoldoende autonoom waren om binnen de werkingssfeer van de btw-vrijstelling te vallen. 

Het HvJ overwoog daarentegen dat de fiscale en softwarediensten wel onder de btw-vrijstelling voor gemeenschappelijke beleggingsfondsen kunnen vallen. Deze diensten moeten dan wel specifiek en kenmerkend zijn voor het beheer van gemeenschappelijke beleggingsfondsen. De vaststelling of in de K en DBKAG-zaak aan de voorwaarden voor de btw-vrijstelling wordt voldaan, laat het HvJ over aan de nationale rechter. 

Conclusie 

Wij zijn van mening dat op basis van deze arresten (uitbestede) diensten sneller onder de reikwijdte van de btw-vrijstelling voor het beheer van gemeenschappelijke beleggingsfondsen kunnen vallen. Echter nog steeds moet van geval tot geval worden bepaald of wordt voldaan aan de criteria die het HvJ stelt om onder de btw-vrijstelling te vallen. 

In dit kader adviseren wij u om na te gaan of voorgaande van invloed kan zijn op diensten die u verricht of inkoopt ten behoeve van het beheer van gemeenschappelijke beleggingsfondsen. Dit kan onder andere zo zijn voor trustkantoren en andere vermogensbeheerders die veel te maken hebben met beleggingsfondsen. Wij assisteren u uiteraard graag bij het maken van een dergelijke analyse. 

 

Om dit bericht in PDF te downloaden, klikt u hier. 

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met: