ANBI
17/04/2020 HVK Stevens

Eerste concrete aankondiging aanpassing ANBI-wetgeving

Zoals bekend heeft het kabinet in 2017 een onderzoek gedaan naar de effectiviteit van de ANBI-regeling en de daarmee samenhangende giftenaftrek. Daar zijn enige verbetervoorstellen uitgekomen, en wel de volgende:

  • het afschaffen van contante giften;
  • het aanscherpen van de integriteitstoets;
  • het niet meer automatisch aanmerken van niet EU/EER overheidsinstanties (buiten het Koninkrijk) als ANBI.

De maatregelen zijn opgenomen in het wetsvoorstel Fiscale Verzamelwet 2021 dat dinsdag 14 april bekend is gemaakt. Het praktische belang van de maatregelen lijkt op het eerste gezicht vrij gering. De maatregelen 1 en 3 spreken voor zich. De tweede maatregel: het aanscherpen van de integriteitstoets rechtvaardigt wel enige toelichting:

Deze maatregel bestaat uit twee delen:

  • de lijst van misdrijven die ertoe leiden dat een instelling niet meer voldoet aan de integriteitstoets, wordt uitgebreid met (groeps)belediging, aanzetten tot haat, discriminatie of geweld;
  • als een inspecteur twijfelt aan de integriteit van een ANBI een bestuurder van een ANBI of gezichtsbepalende persoon bij een ANBI, dan kan hij om een VOG (verklaring omtrent gedrag) vragen. De twijfel kan ontstaan zijn op grond van eigen ervaringen of die van burgers. Als de VOG niet wordt geleverd en de ANBI vervolgens ook geen passende maatregelen neemt, dan kan de ANBI status worden ingetrokken.

Wij vragen ons af of het niet gevaarlijk is dat burgers op deze wijze ANBI’s feitelijk in een verdachtenbankje kunnen plaatsen bij de inspecteur? Uiteraard kunnen burgers als klokkenluider fungeren, maar een zorgvuldige toetsing blijft noodzakelijk om te voorkomen dat (bestuurders van) ANBI’s ten onrechte worden beschuldigd en verdacht worden gemaakt. In het wetsvoorstel missen we die zorgvuldige toetsing. De inspecteur zal altijd zelf onderzoek moeten doen en naar onze mening alleen een VOG moeten opvragen indien er concrete aanwijzingen zijn dat een bestuurder niet integer is. Verder is in het wetsvoorstel ook niet duidelijk gemaakt of de hier bedoelde integriteit aansluit bij de lijst van misdrijven uit de integriteitstoets.

Al met al is de opbrengst van deze nieuwe wetgeving voor ANBI’s mager. Het lijkt hier vooral te gaan om enkele extra handvatten voor de Belastingdienst bij de controle. Maar maatregelen die de filantropische sector ten goede kunnen komen blijven vooralsnog uit. Te denken valt aan:

  • het schrappen van de merkwaardige eis bij periodieke giften dat er een kans moet zijn dat de schenker voortijdig komt te overlijden; zeker indien twee mensen schenken (echtparen) is deze kans geregeld te klein en dat kan leiden tot een onverwacht schrappen van de aftrekpost;
  • het verduidelijken en verruimen van de mogelijkheden om bij te dragen aan social impact investing. De Belastingdienst werpt daar nu nog regelmatig onnodige belemmeringen op, zelfs als deze activiteiten voluit en rechtstreeks een algemeen belang behartigen;
  • verduidelijkingen in de anti-oppoteis.

Ook over deze onderwerpen wordt nagedacht bij het Ministerie, maar het zou welkom zijn als er een geheel van maatregelen komt om praktische fiscale belemmeringen voor ANBI’s weg te nemen. Dat bespaart de sector (en de Belastingdienst) onnodige discussies en inspanningen.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met: