ANBI
03/07/2020 HVK Stevens

Goede doelen oprichten in Corona-tijd

In deze tijden komen nieuwe initiatieven op voor allerlei goede doelen. Mondkapjes maken, steun aan ziekenhuizen, projecten voor kwetsbare ouderen.

Hiervoor moet in de regel geld ingezameld worden. Uiteraard kan dat gebeuren via allerlei crowdfunding platforms en dergelijke. Inzamelen van geld voor een goed doel is geen garantie voor vrijstelling van belastingheffing. Sterker nog: een ieder die op eigen initiatief giften inzamelt en die weer wegschenkt, loopt het risico op 30 tot 40% schenkbelasting (bij bedragen van boven de 2.000 euro) over de geschonken bedragen. Als diegene vanuit de ingezamelde gelden vervolgens weer aan anderen schenkt, zou het kunnen dat daar nog weer eens 30-40% schenkbelasting over betaald moet worden, tenzij die partij zelf de ANBI-status heeft.

Gelet op die belastingheffing, is het verstandig als iemand die giften gaat inzamelen, ook zelf een stichting oprichting en daarvoor de aANBI-status gaat aanvragen. Dat is uiteraard even werk, maar het levert een paar dingen op: fiscale vrijstellingen voor schenkbelasting en erfbelasting, giftenaftrek voor de donateurs en een duidelijke juridische structuur en bijbehorende governance. Ook dat laatste is belangrijk: stel dat een initiatief heel veel geld oplevert, maar dat er in de besteding iets mis gaat. Als er dan een stichting is met een paar bestuurders dan kunnen die vervolgens samen naar een oplossing zoeken. Zij zullen niet zo snel aangesproken worden op mismanagement indien zij hun besluitvormingsprocessen al die tijd maar op de juiste wijze inhoudelijk hebben doorlopen. Als er echter maar een persoon is, zonder stichting en bijbehorende besluitvorming, dan zal die persoon en direct op aangekeken worden.

De vraag komt vaak of die bestuurders beloond mogen worden. Dit mag – afgezien van een kostenvergoeding – maar heel beperkt. Zij mogen alleen maar een vergoeding krijgen voor hun bestuurstaken als dit een zogenoemd vacatiegeld betreft, gemiddeld zo’n 200 euro per vergadering en niet meer. Dit is vastgelegd in de zogenoemde uitvoeringsregeling van de algemene wet rijksbelastingen en de bepalingen die daarin zijn opgenomen voor aANBI’s. Maar als de bestuurders eenvoudig gezegd gewoon een baan hebben aan de stichting, dan mogen ze weer wel beloond worden. Wie dit in de praktijk nagaat, komt erachter dat hier vanzelfsprekend vele voorbeelden van zijn[1]. De staatssecretaris van Financiën heeft dat ook expliciet toegestaan. Met een dergelijke vergoeding is dus vanuit de ANBI-regelgeving bezien niets mis. In het jargon heet dit een vergoeding voor uitvoerende werkzaamheden (soms ook: voor “operationele werkzaamheden”). Af en toe kan er wel verwarring ontstaan hierover. Het is daarom belangrijk om intern vast te leggen wie de vergoeding voor uitvoerende werkzaamheden vaststelt namens de stichting. Dat moet uiteraard niet de uitvoerende bestuurder zelf zijn, die zou zich juist moeten onthouden van alle besluitvorming over zijn aanstelling als uitvoerende met een bijbehorende vergoeding. De rest van het bestuur dient zich serieus de vraag te stellen of de vergoeding reëel en niet te hoog is en past bij de uit te voeren (operationele) werkzaamheden. In de praktijk komt het helaas wel eens voor dat die vergoeding te hoog is, hoewel het anderzijds ook vaak voorkomt dat de uitvoerende werkzaamheden zwaar onderbetaald worden. Voor iemand die zijn ziel en zaligheid in de stichting legt, is dat laatste niet altijd aan te raden. Nog beter is het trouwens om, ingeval van een uitvoerende bestuurder, te gaan werken met een Raad van Toezicht. Die kan dan toezien op de uitvoerende bestuurder (directie) en op zijn vergoeding.

Zo zijn er nog meer dingen om in de gaten te houden voor een ANBI-stichting. Het voert te ver om hier nu op in te gaan. Aandachtspunt is onder meer nog de controle op alle uitgaven, dus niet alleen op de bestuurdersvergoedingen. De beheerkosten moeten reëel zijn. Het bestuur moet zich iedere keer nadrukkelijk afvragen of de uitgaven die zij wil doen om haar doel te bereiken (de doelbestedingen) wel echt in lijn zijn met de doelstelling. De Belastingdienst controleert hier streng op. Indien bijvoorbeeld een begunstigde instelling zelf de ANBI-status heeft, zal er in de regel geen probleem zijn; daarentegen wil de Belastingdienst nog wel eens bezwaren opwerpen tegen het steunen van niet-ANBI’s, en dit geldt nog nadrukkelijker als dit bedrijven zijn. De standpunten van de Belastingdienst zijn in dit kader niet altijd even genuanceerd. ANBI’s moeten uiteraard altijd zelf de verantwoordelijkheid nemen, een goede controle op de besteding – in welke vorm dan ook – is nodig, en we weten inmiddels dat ook bedrijven algemeen nuttige projecten kunnen uitvoeren. Juist dan is het verstandig om doel, besteding van middelen en wijze van monitoring zorgvuldig vast te leggen.

Wilt u dit artikel in PDF downloaden? Klikt u dan hier.

 

 

[1] Zie onder andere Goldschmeding Foundation, de dienstenorganisatie van de PKN, maar ook diverse andere stichtingen: https://goldschmeding.foundation/anbi-stichting/; https://www.protestantsekerk.nl/anbi-pkn/; http://www.voalmere.nl/pdf/ANBIregelgevingLaPuente12032017.pdf; https://www.bytheoceanweunite.org/anbi-charitable-status/ en verder ook Stichting Peace de Resistance, https://www.nrc.nl/nieuws/2019/09/23/het-grote-concert-dat-er-nooit-kwam-a3974359, NRC van 25 mei 2019, in welk artikel overigens de suggestie wordt gewekt dat een dergelijke vergoeding geenszins mogelijk zou zijn.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met: