02/02/2022

Hoge Raad schept duidelijkheid over VPB-vrijstelling voor stichtingen en verenigingen

Op 21 januari 2022 heeft de Hoge Raad een belangrijke uitspraak gedaan ten aanzien van de toepassing van de winstgrens van €  75.000 voor nieuwe stichtingen en verenigingen. De uitspraak biedt openingen voor een ruimere toepassing van de VPB-vrijstelling voor recent opgerichte of nog op te richten stichtingen en verenigingen.

Inleiding

Ten aanzien van stichtingen en verenigingen die minder dan vijf jaar bestaan was het tot op heden niet duidelijk hoe de grens van hooguit € 75.000 winst (over de laatste vijf jaren) moest worden toegepast. In de onderhavige zaak waren ook de inspecteur, de rechtbank, het hof én de advocaat-generaal (“A-G”) het niet met elkaar eens. Op 21 januari jl. heeft de Hoge Raad uitsluitsel gegeven: de grens van € 75.000 is een absolute grens, hoeft niet pro rata te worden toegepast en voor het bepalen van deze grens wordt alleen gekeken naar het huidige jaar en voorgaande jaren.

De subjectieve vrijstelling

Per 1 januari 2012 is met ingang van de zogeheten Geefwet een vernieuwde bepaling omtrent de subjectieve vrijstelling opgenomen in artikel 6 van de Wet op de Vennootschapsbelasting 1969 (hierna: “Wet VPB”). De vrijstelling geldt voor alle in artikel 2, eerste lid, onderdeel e en artikel 3, tweede lid van de Wet VPB genoemde lichamen, zoals stichtingen, verenigingen en kerkgenootschappen. In beginsel zijn al deze lichamen (hierna spreken wij gemakshalve enkel over stichtingen) belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting indien en voor zover zij een onderneming drijven.

Indien een stichting niet meer winst maakt dan de winstgrenzen uit artikel 6, is zij vrijgesteld van vennootschapsbelasting. De winstgrenzen zijn als volgt:

  1. eerste winstgrens: niet meer dan €000 winst in een jaar.
  2. tweede winstgrens: niet meer dan €000 winst in het betreffende jaar en de vier daaraan voorafgaande jaren gezamenlijk. Lijdt de stichting of de vereniging in enig jaar een verlies, dan telt dat als een jaarwinst van nihil.

Met andere woorden, een stichting is vrijgesteld indien de jaarwinst niet meer bedraagt dan € 15.000 óf de winst in het huidige en de voorgaande vier boekjaren niet meer bedraagt dan € 75.000.

Oordeel rechtbank

Op 20 november 2020 overwoog Rechtbank Noord-Holland in deze zaak dat:

  1. het aangaan van deze huwelijkse voorwaarden geen schenking inhoudt (conform de arresten van Hoge Raad in 1959 en 1971) omdat geen sprake is van een ‘voltooide vermogensverschuiving’;
  2. er geen sprake is van een verblijvensbeding in de zin van artikel 11 lid 2 dan wel lid 4 SW (aangezien het niet louter is gekoppeld aan overlijden, maar ook werkt bij echtscheiding); en
  3. er geen sprake is van fraus legis omdat, kortgezegd, ‘de huwelijkse voorwaarden niet worden aangemerkt als een dergelijke gekunstelde constructie’.

De casus: De tweede winstgrens

De casus betrof een vereniging die in haar eerste drie jaren achtereenvolgens een winst behaalde van (afgerond) € 10.000 en twee maal € 30.000, in totaal derhalve € 70.000. De vereniging stelt dat zij onder de tweede winstgrens (€ 75.000) is gebleven en dus is vrijgesteld van vennootschapsbelasting. De inspecteur stelt (in lijn met de visie van de Staatssecretaris) dat de tweede winstgrens pro rata moet worden toegepast omdat de vereniging nog geen vijf jaar bestaat, zijnde drie vijfde van € 75.000, oftewel € 45.000. De vereniging zou in dat geval de grens overschrijden.

De rechtbank komt tot het oordeel dat de tweede winstgrens absoluut is, en niet pro rata dient te worden toegepast. Het hof komt echter tot een heel andere toepassing, welke nog strenger lijkt dan die van de inspecteur. Volgens het hof kan een lichaam dat nog geen vijf jaren bestaat niet aan het vereiste van ‘vier daaraan voorafgaande jaren’ voldoen, en is de € 75.000-grens in het geheel niet van toepassing als de vereniging nog geen vijf jaar oud is. In deze redenering blijft voor de vereniging enkel de eerste winstgrens over, welke zij in jaar twee en drie overschrijdt.

De A-G concludeert weer anders. Hij stelt dat geen sprake is van belastingplicht zolang de winst in de eerste vijf jaren onder de € 75.000 blijft. Is de winst op enig moment hoger, dan ontstaat (met terugwerkende kracht) een belastingplicht voor ieder jaar dat ook

de eerste winstgrens is overschreden. Indien een stichting binnen vijf jaar na oprichting wordt ontbonden, kan volgens hem (vergelijkbaar aan de redenering van het hof) de tweede winstgrens niet worden toegepast en geldt voor alle jaren slechts de eerste winstgrens.

Praktische gevolgen

Allereerst is het voor de praktijk fijn dat er eindelijk duidelijkheid is over dit onderwerp. Uit het arrest volgt dat de vrijstelling uit artikel 6 Wet VPB ruim kan worden toegepast bij nieuwe stichtingen. Samengevat beslist de Hoge Raad dat een stichting in haar eerste vijf (ondernemings)jaren is vrijgesteld van winstbelasting zolang de jaarwinst niet meer bedraagt dan € 15.000, en de totale winst niet meer dan € 75.000. Indien in enig van de eerste vijf jaren de tweede winstgrens wordt bereikt, kan dit niet tot gevolg hebben dat de vrijstelling uit eerdere jaren wordt teruggenomen.

Dit zorgt er ten eerste voor dat er geen onzekerheid hoeft te blijven bestaan over het wel of niet verschuldigd zijn van winstbelasting over eerdere jaren. Tevens kan dit leiden tot een ruime winstvrijstelling, bijvoorbeeld bij een winst tot ten hoogste € 75.000 in het eerste (ondernemings)jaar, gevolgd door een winst van maximaal € 15.000 in de jaren daarna.

Tot slot

De uitspraak biedt een opening voor ruimere toepassingen van de vrijstelling voor nieuw opgerichte of op te richten stichtingen en andere in artikel 6 genoemde lichamen. Wat ons betreft is het raadzaam contact op te nemen met uw adviseur om te kijken wat de uitspraak voor uw organisatie betekent. Uiteraard helpen de specialisten van HVK Stevens u daar graag bij.

Om dit bericht in pdf te downloaden, klikt u hier.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:

HVK Stevens Logo

HVK Stevens is gespecialiseerd in het adviseren van ondernemers, corporates, private equity fondsen, families en familiebedrijven

HVK Stevens logo

Amsterdam

HVK Stevens
Prins Bernhardplein 200
1097 JB Amsterdam
+31 (0)20 76 30 900
info@hvkstevens.com
Routebeschrijving

Rotterdam

HVK Stevens Rotterdam
Westerkade 7D
3016 CL Rotterdam
+31 (0)10 32 25 200
info@hvkstevens.com
Routebeschrijving

Luxemburg

HVK Stevens
4, Avenue Jean-Pierre Pescatore,
L-2324 Luxemburg,
Grand Duchy of Luxembourg
info@hvkstevens.com
Routebeschrijving

Curacao

HVK Stevens
Landhuis Joonchi Kaya Richard
3014 Beaujon Willemstad,
Curacao
info@lagunfs.com
Routebeschrijving