UBO-register
20/04/2020 HVK Stevens

Wetsvoorstel UBO-register bekend

Op 17 april 2020 is ter consultatie voorgelegd de Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden van trusts en soortgelijke juridische constructies.

Het eerste en tweede UBO-register in het kort

Op basis van de vierde anti-witwasrichtlijn moet Nederland twee UBO-registers implementeren. Deze registers zien op het bijhouden en centraal registreren van informatie over de uiteindelijk belanghebbenden Nederlandse entiteiten. Het eerste UBO-register zal zien op vennootschappen en andere juridische entiteiten, en het tweede UBO-register op trusts en soortgelijke juridische constructies. Het doel van deze registers is het voorkomen van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en terrorismefinanciering. De implementatiewet die ziet op het eerste UBO-register is afgelopen december aangenomen door de Tweede Kamer en ligt op dit moment voor bij de Eerste Kamer. Over het tweede UBO-register was tot nu nog niet veel bekend. De implementatiewet voor het tweede UBO-register is nu ter consultatie voorgelegd.

Nederland kent geen trusts, wel kent de Nederlandse wetgeving soortgelijke juridische constructies. Het gaat daarbij om het (open en besloten) Fonds voor Gemene Rekening (FGR). In beginsel zal dit de enige Nederlandse entiteit zijn die opgenomen zal worden in het tweede UBO-register

Overzicht

Het wetsvoorstel zoals dat nu voorligt, sluit zo veel mogelijk aan bij de implementatiewet van het eerste UBO-register. Een aantal belangrijke punten uit het wetsvoorstel staan hieronder omschreven.
De vierde anti-witwasrichtlijn heeft alleen betrekking op Europees Nederland en behoeft geen implementatie in de regelgeving voor Caribisch Nederland (Bonaire, Sint Eustatius en Saba).

Definities

Voor de definitie van een trust en trustee wordt aangesloten bij het Haags Trustverdrag uit 1985 inzake het recht dat toepasselijk is op trusts en inzake de erkenning van trusts: een rechtsbetrekking die bij rechtshandeling onder levenden of terzake des doods in het leven wordt geroepen door een persoon (de insteller) wanneer goederen onder de macht van een trustee worden gebracht ten behoeve van een begunstigde of voor een bepaald doel.

Het Verdrag noemt de volgende kenmerken van een trust:

  1. de goederen van de trust vormen een afgescheiden vermogen en zijn geen deel van het vermogen van de trustee;
  2. de rechtstitel m.b.t. de goederen van de trust staat ten name van de trustee of ten name van een ander voor rekening van de trustee;
  3. de trustee heeft de bevoegdheid en de plicht, terzake waarvan hij verantwoording schuldig is, om in overeenstemming met de bepalingen van de trust en de bijzondere verplichtingen, waaraan hij van rechtswege is onderworpen, de goederen van de trust te besturen en te beheren of er over te beschikken.

Daarbij bepaalt het Verdrag dat het niet noodzakelijkerwijs onverenigbaar is met het bestaan van een trust dat de insteller zich bepaalde rechten en bevoegdheden heeft voorbehouden of dat de trustee bepaalde rechten als begunstigde heeft.

Voor de definitie “soortgelijke juridische constructies” gaat het om materiële kenmerken; de naam van de juridische constructie doet er niet toe. Onder “soortgelijke juridische constructies” wordt verstaan bij overeenkomst of samenstel van overeenkomsten tot stand gebrachte fondsen zonder rechtspersoonlijkheid, niet zijnde ondernemingen als bedoeld in de Handelsregisterwet 2007, waarin de deelnemers vermogen bijeenbrengen dat voor gezamenlijke rekening wordt belegd of anderszins wordt aangewend ten behoeve van de uiteindelijk belanghebbenden van dat fonds.

Personen die in een soortgelijke juridische constructie een vergelijkbare positie hebben als een trustee in een trust, worden gelijk gesteld aan trustees.

Zowel het open als het besloten fonds voor gemene rekening valt onder de definitie van soortgelijke juridische constructies.

UBO-begrip

Voor het UBO-begrip wordt aangesloten bij het UBO-begrip van de WWFT. Voor de trust houdt dat in dat in ieder geval de oprichter, de trustee, de protector en de begunstigden onder het begrip vallen maar ook elke andere natuurlijke persoon die door directe of indirecte eigendom of via andere middelen uiteindelijke zeggenschap over de trust uitoefent. Het is een niet limitatieve lijst, per geval zal bekeken moeten worden of er sprake is van een UBO.

Registratie gegevens

De te registreren gegevens zijn vrijwel gelijk aan het eerste UBO-register. De personen/instellingen die toegang hebben tot het tweede UBO-register zijn vrijwel gelijk aan het eerste UBO-register, namelijk: iedereen. Voor het publiek geldt dat er beperkte informatie inzichtelijk is. Een volledige inzage geldt voor bevoegde autoriteiten en financiële inlichtingen eenheid.

Openbaar zijn:
  1. naam, datum, plaats totstandkoming en doel trust;
  2. de naam, de geboortemaand, het geboortejaar, de woonstaat en de nationaliteit van iedere uiteindelijk belanghebbende van de trust of soortgelijke juridische constructie; en
  3. de aard en omvang van het door iedere uiteindelijk belanghebbende gehouden economische belang
Voor bevoegde autoriteiten en financiële inlichtingen eenheid is voorts inzichtelijk:
  1. geboortedag, geboorteplaats, geboorteland en adres;
  2. afschriften van documenten die de UBO-opgave ondersteunen.

Registratie van soortgelijke juridische constructies uit andere lidstaten kan aan de orde zijn wanneer aan de Nederlandse criteria van trustee wordt voldaan, de statutaire vestigingsplaats in Nederland ligt en de constructie nog niet in een andere lidstaat is geregistreerd.

De informatie over uiteindelijk belanghebbenden blijft gedurende tien jaar na uitschrijving toegankelijk.

Afscherming gegevens

Afscherming gegevens mogelijk, op basis van dezelfde bepalingen als het eerste UBO-register (minderjarigheid, handelingsonbekwaam, risico op afpersing, geweld, etc).

Verantwoordelijkheid en sanctie

  • De trustee is verantwoordelijk voor de registratie van de UBO-gegevens en het bijhouden daarvan.
  • Er geldt een meewerkverplichting voor de UBO van een trust.
  • Er geldt een terugmeldplicht bevoegde autoriteiten en WWFT-instellingen.
  • Er is een duaal sanctiesysteem bij overtreding (bestuursrechtelijk en strafrechtelijk; gelijk aan eerste UBO-register).

Koppeling Europese registers

Op grond van de vierde anti-witwasrichtlijn moeten lidstaten hun registers met informatie over uiteindelijk belanghebbenden van trusts en soortgelijke juridische constructies aan elkaar koppelen via een Europees centraal platform. Dat platform wordt later ingesteld.

Slot

De consultatieronde eindigt op 15 mei 2020. Wij zullen na nadere bestudering van het wetsvoorstel mogelijk een reactie op de wetgeving indienen.

 

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met: