Private Wealth
06/01/2022 Natascha Autar

Box 3 heffing – Welke impact heeft het arrest van de Hoge Raad voor u?

Op 24 december 2021 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de box 3 heffing in de inkomstenbelasting, zoals deze sinds 1 januari 2017 is vormgegeven, in strijd is met het EVRM. Indien u het in de wet vastgelegde fictieve rendement over uw vermogen in de jaren 2017 en 2018 van 5,39% en 5,38% niet hebt behaald, kunt u aan de hand van dit arrest mogelijk uw belasting verlagen.

Toelichting arrest hoge raad

De systematiek van de vermogensrendementsheffing is met ingang van 1 januari 2017 gewijzigd. Sinds 1 januari 2017 wordt niet meer uitgegaan van een vast rendement van 4% over alle vormen van vermogen, maar wordt uitgegaan van een (gemiddeld) rendement afhankelijk van de omvang van het vermogen. De wet gaat er daarbij van uit dat naarmate de omvang van het vermogen groter is, een groter gedeelte daarvan wordt belegd en dat dit belegde vermogen een hoger rendement oplevert dan spaargeld. In 2021 werd het beleggingsvermogen geacht een rendement op te leveren van 5,69%. In het jaar 2017 werd door de Belastingdienst uitgegaan van een rendement van 5,38%.

In juli 2021 oordeelde de Hoge Raad al dat belastingplichtigen door het nieuwe systeem geconfronteerd kunnen worden met een individueel buitensporige last. In het arrest van 24 december 2021 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de systematiek van box 3 op stelselniveau in strijd is met het eigendomsrecht in samenhang met het discriminatieverbod.

De Hoge Raad is van mening dat de ongelijkheid die de huidige systematiek veroorzaakt onvoldoende gerechtvaardigd wordt door de belangen (uitvoerbaarheid, realiteit en belastingopbrengsten), die de wetgever heeft willen dienen met de aanpassingen van de systematiek per 2017. Derhalve heeft de Hoge Raad in de onderhavige zaak rechtsbescherming geboden aan de belastingplichtige: niet het wettelijk fictieve rendement wordt in de heffing betrokken, maar enkel het werkelijk behaalde rendement van de belastingplichtige.

Wat kan ik doen?

Dit arrest is het sluitstuk van een massaal bezwaarprocedure tegen de box 3 heffing. Voor de belastingjaren tot en met 2016 konden belastingplichten automatisch meeliften op de massaal bezwaarprocedure, ook als zij zelf geen bezwaar hadden aangetekend tegen de aanslag inkomstenbelasting binnen 6 weken na de dagtekening van de aanslag. In het jaar 2017 heeft echter een wetswijziging plaatsgevonden, waardoor niet meer automatisch meegelift kan worden.

Concreet betekent dit dat als u niet binnen 6 weken na dagtekening van de definitieve aanslag inkomstenbelasting 2017,  2018, 2019 of 2020 bezwaar heeft gemaakt, u in beginsel geen beroep kunt doen op dit arrest van de Hoge Raad. Heeft u nog geen definitieve aanslag ontvangen? Dan kunt u de definitieve aanslag afwachten en hier binnen 6 weken bezwaar tegen maken.

Houdt het daarmee op?

Gelet op de impact van het oordeel van de Hoge Raad en de kritiek die al langer vanuit de Tweede Kamer wordt geuit op de box 3-heffing kan niet worden uitgesloten dat de politiek een regeling gaat bieden aan belastingplichtigen die geen individueel bezwaar hebben ingediend. Dit moeten we nog afwachten.

Wij zien daarnaast mogelijkheden om door middel van het indienen van een verzoek om ambtshalve vermindering alsnog een beroep te doen op de uitspraak van de Hoge Raad. Het is echter onzeker of dat verzoek slaagt omdat in beginsel een dergelijk verzoek niet wordt gehonoreerd indien het verzoek is gebaseerd op nieuwe jurisprudentie. Gezien het bijzondere karakter van deze zaak achten wij een dergelijk verzoek echter ook niet kansloos.

In beide gevallen is het daadwerkelijk rendement van uw vermogen van belang. De Hoge Raad heeft immers beslist dat de heffing moet plaatsvinden over het daadwerkelijk rendement.

Daadwerkelijk rendement

Indien u enkel spaargeld hebt, is het relatief gemakkelijk om het daadwerkelijk rendement op uw vermogen aan te tonen.

Hebt u meerdere vormen van vermogen, dan kan dit complexer zijn. In het arrest van de Hoge Raad wordt niet bepaald hoe het daadwerkelijk rendement berekend moet worden. Onduidelijk is hierdoor bijvoorbeeld of ongerealiseerd rendement op een beleggingsportefeuille, in de vorm van een waardestijging van aandelen, daarin wel of niet meegenomen moet worden. Het kan raadzaam zijn om – zekerheidshalve – bezwaar te maken, zeker als de belangen groot genoeg zijn.

Zeker indien u een lager (gemiddeld) rendement hebt behaald, dan adviseren wij u graag nader.

Om dit bericht in pdf te downloaden, klikt u hier.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met: