Private Wealth
04/06/2021 HVK Stevens

Update inzake het wetsvoorstel excessief lenen bij eigen vennootschap

Update inzake het wetsvoorstel excessief lenen bij eigen vennootschap: Nota naar aanleiding van het nader verslag inclusief nota van wijziging ingediend bij 2e Kamer

De staatssecretaris van Financiën (“de staatssecretaris“) heeft de langverwachte nota naar aanleiding van het nader verslag én een nota van wijziging bij het wetsvoorstel Wet excessief lenen bij eigen vennootschap aangeboden aan de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel wordt op enkele punten gewijzigd. Op verzoek van de leden van de fracties van de VVD en het CDA wordt ook ingegaan op de circa 70 (nog) openstaande vragen die de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs (“NOB“) eerder heeft gesteld. Aan veel bezwaren komt de staatssecretaris echter niet tegemoet.

Inleiding en doel van het wetsvoorstel

Met het wetsvoorstel wil de staatssecretaris de mogelijkheid beperken dat een aanmerkelijk belanghouder (“AB-houder“) belastingvrij gelden kan onttrekken aan de eigen vennootschap om in privé aan te kunnen wenden voor (consumptieve) uitgaven of investeringen. Dit doel wordt bereikt door “bovenmatige” leningen bij de eigen vennootschap te ontmoedigen. Een lening wordt als bovenmatig aangemerkt indien en voor zover deze meer bedraagt dan (in beginsel) € 500.000. Voorgesteld is het wetsvoorstel in te laten gaan per 1 januari 2023, waarbij het eerste toetsmoment staat gepland op 31 december 2023.

Beantwoording vragen van de fracties en de NOB

De staatssecretaris gaat in de nota naar aanleiding van het nader verslag in op de diverse vragen gesteld door de fracties van VVD, CDA, D66 en SP. Ook de NOB heeft naar aanleiding van het wetsvoorstel (nader) commentaar gegeven en circa 70 vragen gesteld. Deze zijn nu (deels) beantwoord.

Geen (tijdelijke) inbrengfaciliteit overdrachtsbelasting

Wanneer privé met bij de eigen vennootschap geleende gelden verworven vastgoed aan de vennootschap wordt overgedragen om de lening af te lossen, zal derhalve waarschijnlijk 8% overdrachtsbelasting verschuldigd zijn door de vennootschap.

Uitzondering eigenwoningschulden van vóór 31 december 2012

De rente van een bestaande eigenwoningschuld wordt gedurende ten hoogste 30 jaren in aanmerking genomen als aftrekbare kosten in de inkomstenbelasting. Tot en met 31 december 2012 kon ook een aflossingsvrije schuld kwalificeren als eigenwoningschuld. De staatssecretaris bevestigt dat eigenwoningschulden van vóór 31 december 2012 ook na afloop van de 30-jaarsperiode kunnen blijven kwalificeren als uitgezonderde schulden.

Geen nadere verduidelijkingen over einde fiscaal partnerschap

Bij het einde van een fiscaal partnerschap – bijvoorbeeld door scheiding – bestaat veel onzekerheid over de toepassing van het wetsvoorstel. De staatssecretaris geeft (wederom) aan dat dit nader wordt uitgewerkt.

Maximumbedrag kan ook worden verlaagd

Behalve een verhoging van het maximumbedrag door een positief fictief regulier voordeel, kan het maximumbedrag ook worden verlaagd wanneer een negatief fictief regulier voordeel in aanmerking is genomen. Dit zou volgen uit de rekenkundige regels dat een vermeerdering met een negatief bedrag leidt tot een verlaging (van het maximumbedrag).

Geen rekening met de impact van coronacrisis

Het (extra) lenen door de aanmerkelijkbelanghouder in deze crisistijd acht het kabinet onwenselijk omdat hierdoor de liquiditeitspositie van de eigen vennootschap wordt uitgehold terwijl het kabinet juist probeert om met diverse steunmaatregelen de liquiditeitspositie van ondernemingen op peil te houden.

Samenvatting wijzigingen wetsvoorstel

Mede naar aanleiding van de kritische vragen van de fracties en de NOB, zijn enkele aanpassingen doorgevoerd in het voorstel via een nota van wijziging. Op enkele wijzigingen gaan wij hierna graag nader voor u in.

  1. Het maximumbedrag van € 500.000 geldt voor een verbonden persoon en diens partner gezamenlijk.
  2. Bij verplaatsing van de feitelijke leiding van een vennootschap wordt een korting gegeven op het vervreemdingsvoordeel.
  3. Overgangsrecht met betrekking tot de conserverende aanslag wordt geëerbiedigd.

Op deze wijzigingen gaan wij hierna nader in.

Ad 1) Maximumbedrag verbonden persoon en diens partner

Het maximumbedrag gaat gelden voor een verbonden persoon en zijn partner gezamenlijk. Onder verbonden personen wordt verstaan de bloed- of aanverwanten in de rechte lijn van de AB-houder of van de partner. Verbonden personen zijn derhalve bijvoorbeeld (klein)kinderen en (groot)ouders met diens partners. Broers/zussen en neven/nichten vallen niet onder deze regeling. Volgens de toelichting bij de wijziging acht het kabinet het niet wenselijk dat beide fiscale partners ieder beschikken over een maximumbedrag van € 500.000 omdat de maatregel daarmee eenvoudig (gedeeltelijk) kan worden omzeild.

Ad 2) Korting vervreemdingsvoordeel

Dit gaat om de situatie waarbij een buitenlandse AB-houder de werkelijke leiding van zijn (laatste) vennootschap verplaatst uit Nederland en als gevolg daarvan geen aanmerkelijk belang meer heeft in een in Nederland gevestigde vennootschap. Door de in deze nota van wijziging opgenomen aanpassing bevat het wetsvoorstel nu een vergelijkbare bepaling voor Nederlandse AB-houders en buitenlandse AB-houders.

Ad 3 ) Conserverende aanslag

Tot slot beoogt het wetsvoorstel geen gevolgen te hebben voor conserverende aanslagen die betrekking hebben op de periode vóór 15 september 2015, 15:15 uur. Zodoende wordt een nieuwr bepaling toegevoegd aan de Invorderingswet die regelt dat de maatregelen van het wetsvoorstel niet gaan gelden voor conserverende aanslagen waarop het oude recht van toepassing is gebleven.

AB-houders die ná 15 september 2015 maar vóór de (beoogde) inwerkingtredingsdatum van de wet (op 1 januari 2023) zijn geëmigreerd, lijken dus wel geconfronteerd te worden met de nieuwe maatregel. Wanneer zij een (niet-geëerbiedigde) lening hebben bij de eigen vennootschap van meer dan € 500.000, zal de conserverende aanslag in beginsel voor het meerdere worden ingevorderd.

Wij houden u vanzelfsprekend op de hoogte over de verdere behandeling van het wetsvoorstel en eventuele wijzigingen.

Tot slot

Mocht het wetsvoorstel worden aangenomen in de huidige vorm dan heeft u nog tot en met 31 december 2023 om te anticiperen en uw leningen te herstructureren. Wij menen dat het van belang is om tijdig te beoordelen wat de gevolgen van het wetsvoorstel zijn voor u en of deze, voor zover nadelig, beperkt kunnen worden. Bij tijdige actie kan directe heffing mogelijk worden voorkomen.

Wij helpen u graag wanneer u hier vragen over heeft. Neem vrijblijvend contact met ons op voor een gesprek.

 

Om dit bericht in PDF te downloaden, klikt u hier.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met: