COVID-19
12/03/2020 HVK Stevens

COVID-19-virus: de fiscale impact

Laatste update op dinsdag 28 april 2020 18:15 uur

Het COVID-19-virus heeft een grote impact gekregen op de Nederlandse economie. Het kabinet heeft de afgelopen weken diverse maatregelen genomen om die impact zo veel mogelijk te beperken. HVK Stevens zet die maatregelen voor u op een rij en geeft voorbeelden van verdere acties die u zelf kunt ondernemen om negatieve financiële effecten voor uw onderneming te beperken. Ook biedt de huidige marktsituatie juist commerciële en fiscale kansen.

Maatregelen van het kabinet

NIEUW
Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud ter vervanging Werktijdverkorting

De regeling voor Werktijdverkorting (“WTV”) bleek niet toegesneden op de situatie die is ontstaan door de uitbraak van het COVID-19-virus. Daarom is het kabinet gekomen met een geheel nieuwe regeling: de Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud (“NOW”).

Onder de NOW kan een onderneming die vanaf 1 maart 2020 een omzetdaling verwacht van minimaal 20% tot en met 31 mei bij het UWV een tegemoetkoming aanvragen in de loonkosten van de maanden maart, april en mei 2020. Deze loonkostensubsidie is bedoeld om zo veel mogelijk lonen door te betalen en bedraagt maximaal 90% van de loonsom van werknemers die verzekerd zijn voor de sociale werknemersverzekeringen. Daaronder vallen ook werknemers met een flexibel contract. Vergoedingen aan zzp’ers of directeuren-grootaandeelhouders (“dga’s”) vallen daar niet onder.

Let u op: het percentage van 90 geldt alleen een omzetdaling van 100% en wordt naar evenredigheid verlaagd naar mate de omzetdaling kleiner is, bijvoorbeeld:

omzetdaling      tegemoetkoming
50%                         45%
25%                      22,5%

Deze staffel betekent dat de onderneming altijd een deel van de doorbetaalde loonkosten voor haar eigen rekening neemt. Dat deel wordt groter naar mate de onderneming meer omzet behoudt.

Verder geldt dat indien de loonkosten in de maanden maart, april en mei dalen ten opzichte van de referentiemaand januari, de subsidie verder wordt gekort. Dit met de gedachte dat een onderneming met bijvoorbeeld 50% omzetdaling, die tegelijk haar loonkosten drukt met 50%, geen aanspraak heeft op loonkostensubsidie.

De NOW voorziet in een voorschot dat is bedoeld om bedrijven in staat te stellen hun personeel in de maanden maart, april en mei door te betalen. Het voorschot wordt bepaald aan de hand van de loonsom over januari en een te schatten omzetdaling. Bij die schatting geldt een meetperiode van drie maanden. De onderneming heeft bepaalde vrijheid om die meetperiode aan te wijzen in de periode tussen 1 maart en 31 juli. Let u op dat deze keuze maar eenmaal gemaakt kan worden bij de aanvraag van de subsidie.

Na afloop van de meetperiode wordt de definitieve subsidie vastgesteld. Die vaststelling kan leiden tot een nabetaling bij of juist tot terugvordering van het voorschot. Worden tussen 17 maart en 1 juni ontslagaanvragen gedaan om bedrijfseconomische redenen, dan wordt de subsidie extra gekort.

Een uitgebreide uitleg bij de loonkostensubsidie vindt u hier.

Extra ondersteuning zelfstandig ondernemers

Het kabinet heeft aangegeven een tijdelijke, versoepelde regeling in te stellen om zelfstandig ondernemers, waaronder ZZP’ers, te ondersteunen zodat zij hun bedrijf kunnen voortzetten. De regeling wordt uitgevoerd door gemeenten. Zelfstandigen kunnen voor een periode van drie maanden, via een versnelde procedure, aanvullende inkomensondersteuning krijgen voor levensonderhoud. Deze vult het inkomen aan tot het sociaal minimum en hoeft niet worden terugbetaald. Er is in deze tijdelijke bijstandsregeling voor zelfstandig ondernemers geen sprake van een vermogens- of partnertoets. Ondersteuning volgens deze tijdelijke regeling is ook mogelijk in de vorm van een lening voor bedrijfskapitaal, tegen een verlaagd rentepercentage.

NIEUW
Versoepeling urencriterium zelfstandige ondernemers

Ondernemers hebben recht op verschillende soorten ondernemersaftrek. De bekendste is waarschijnlijk de zelfstandigenaftrek. Hier kunnen ondernemers alleen gebruik van maken als ze 1225 uur per jaar aan hun onderneming besteden en ondernemer zijn voor de inkomstenbelasting. Om te voorkomen dat ondernemers het recht op de aftrek verliezen zal de Belastingdienst er van 1 maart 2020 tot en met 31 mei 2020 van uitgaan dat deze ondernemers ten minste 24 uren per week aan de onderneming hebben besteed, ook als ze die uren niet daadwerkelijk hebben besteed. Voor ondernemers die sterk seizoensafhankelijk werken, zoals in de horeca of festivalbranche, wordt ook geregeld dat ze onder de versoepeling vallen. Gemiddeld gaat dit om een voordeel van 1.800 euro. Circa 40.000 ondernemers hebben profijt van deze maatregel.

NIEUW
Verlaging van het gebruikelijk loon DGA bij omzetdaling

Onder andere in het MKB zijn er veel directeur-grootaandeelhouders (“DGA’s”) die zelf meewerken in de vennootschap waarin zij een zogenaamd aanmerkelijk belang hebben. Zij moeten loonheffingen betalen over een loon dat passend is bij de arbeid die ze verrichten. Ook als de onderneming minder of geen omzet behaalt, moet deze belasting nog steeds worden betaald. Zij kunnen echter geen gebruik maken van de NOW. Omdat er door de coronacrisis veel omzetverlies is, wordt mogelijk gemaakt dat deze ondernemers tijdelijk van een lager loon mogen uitgaan, in verhouding tot de omzetdaling van het bedrijf.

Het gebruikelijk loon van de dga hoeft pas aan het einde van het jaar vastgesteld te worden en in de laatste loonaangifte meegenomen te worden. Let u echter op: een verlaging van het gebruikelijk loon kan alleen vooraf (en niet achteraf). Loon over verstreken maanden van 2020 dat al is uitgekeerd aan de dga mag niet met terugwerkende kracht worden verlaagd. Over het feitelijk uitbetaalde loon zijn loonheffingen verschuldigd. Voor de af te dragen loonheffingen kan onder de huidige maatregelen van het kabinet overigens momenteel wel uitstel van betaling worden aangevraagd.
Mocht u als DGA besluiten uw maandloon te verlagen, in verhouding tot de omzetdaling van het bedrijf, dan dient u het verlaagde salaris (inclusief het eventuele loon in natura zoals het privégebruik van een auto) te vermelden in de maandelijkse loonaangifte. Uiterlijk aan het einde van 2020 (of bij het einde van de dienstbetrekking) dient u vervolgens te bepalen of het uitbetaalde loon op grond van de gebruikelijk-loonregeling voldoende is.

Voor de (tijdelijke) verlaging van het maandloon is geen verzoek om instemming van of vooroverleg met de Belastingdienst nodig. Om discussie met de Belastingdienst achteraf te voorkomen over de hoogte van het in aanmerking genomen DGA-loon kan overigens de Belastingdienst wel verzocht worden om een (formeel) standpunt in te nemen.

Uitstel inwerkingtreding wetsvoorstel Wet excessief lenen bij eigen vennootschap

Het wetsvoorstel ‘Wet excessief lenen bij eigen vennootschap’, dat als doel heeft om fiscaal gedreven belastinguitstel door DGA’s te ontmoedigen, wordt een jaar uitgesteld tot 1 januari 2023. DGA’s hebben zo meer tijd, tot eind 2023, om zich voor te bereiden en schulden aan de eigen vennootschap die hoger zijn dan € 500.000 (exclusief eigenwoningschulden) af te lossen.

Werkkostenregeling

Via de werkkostenregeling kunnen werkgevers onbelaste vergoedingen aan werknemers geven. De vrije ruimte die werkgevers hebben om deze onbelaste vergoedingen te geven wordt eenmalig verhoogd van 1,7% naar 3% voor de eerste € 400.000 van de loonsom per werkgever. Werkgevers die daar ruimte voor hebben kunnen hun werknemers in deze moeilijke tijd extra tegemoet te komen, bijvoorbeeld door het verstrekken van een bloemetje of een cadeaubon. Dit kan ook een boost geven aan sectoren die sterk getroffen zijn door de crisis.

NIEUW
Extra ondersteuning getroffen ondernemingen

Ondernemingen in getroffen sectoren kunnen zich wenden tot de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (“RVO”) voor eenmalige belastingvrije gift van € 4.000. Dit geldt voor onder meer:

  • ondernemingen die door overheidsingrijpen gedwongen hun deuren moeten sluiten,
  • ondernemingen die dicht moeten vanwege het verbod op het organiseren van bijeenkomsten en evenementen, ook met minder dan honderd personen en hun toeleveranciers,
  • ondernemingen die direct getroffen zijn door het negatieve reisadvies van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, en
  • diverse contactberoepen

Doorslaggevend voor aanspraak op de gift zijn de SBI-codes waaronder de onderneming op 15 maart 2020 bij de Kamer van Koophandel staat ingeschreven. De SBI-code is een aanduiding van de activiteiten van de onderneming. De tegemoetkoming is eenmalig en uw onderneming dient in de periode van 16 maart 2020 tot en met 15 juni 2020 een omzetverlies te verwachten van tenminste € 4000 en tevens € 4000 aan vaste lasten te verwachten met inachtneming van andere door de overheid beschikbaar gestelde steunmaatregelen. Aanvragen kunnen worden tot en met 26 juni 2020 worden ingediend via de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

NIEUW
Uitstel van betaling van belastingen

Eén van de speerpunten van de maatregelen om de financiële impact van de coronacrisis te beperken is uitstel van belastingbetaling. Voor een actueel overzicht van de stand van zaken op dit punt en onze gedachten daarbij klikt u hier.

NIEUW
Verruimde borgstelling midden- en kleinbedrijf

Het kabinet heeft aangekondigd dat per maandag 16 maart de verruimde borgstelling midden- en kleinbedrijf (“BMKB”)-regeling versneld open gaat. Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat staat via de BMKB borg voor een deel van de kredieten aan ondernemingen, zodat deze ondernemingen gemakkelijker geld kunnen lenen van hun financiers indien zij zelf niet genoeg zekerheid kunnen bieden (zoals gebouwen of machines). De BMKB is bestemd voor ondernemingen met maximaal 250 werknemers (fte) met een jaaromzet tot € 50 miljoen of een balanstotaal tot € 43 miljoen.

De reguliere regeling geldt voor maximaal 50% van het krediet dat de financier aan de onderneming verstrekt (het zogenaamde borgstellingskrediet). De overheid staat borg voor 90% van het borgstellingskrediet. Met de verruimingsmaatregel wordt het borgstellingskrediet verhoogd van 50% naar 75%. Verder is het maximum van het BMKB-krediet tijdelijk verhoogd van € 1 miljoen naar € 1,5 miljoen per onderneming. De overheid staat borg voor 90% van dit borgstellingskrediet. De regeling is toepasbaar op overbruggings- en rekening-courantkredieten met een looptijd tot 2 jaar. Verder is de premie voor de BMKB-regeling tijdelijk verlaagd van 3,9% naar 2%. Door deze verlaging wordt de financiering toegankelijker voor ondernemers. Daarnaast kunnen ook non-bancaire financiers zich accrediteren om hun bestaande klanten te financieren onder de BMKB.

Indien uw onderneming liquiditeit nodig heeft en kwalificeert voor de bovengenoemde BMKB-regeling, kunt u gebruik maken van deze regeling door krediet aan te vragen bij uw financier. Uw financier dient zich te wenden tot de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (“RVO”).

NIEUW
Verruiming regeling Garantie Ondernemersfinanciering

Het kabinet heeft voorgesteld om het garantieplafond van de regeling Garantie Ondernemersfinanciering (“GO”) te verhogen. Met de GO helpt het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat zowel het MKB als grote ondernemingen door middel van een 50% garantie op bankleningen en bankgaranties (minimaal 1,5 miljoen – maximaal 50 miljoen euro per onderneming). Deze regeling biedt banken een garantie van 50% procent voor nieuwe bankleningen van minimaal € 1,5 miljoen en maximaal € 50 miljoen.

Het kabinet stelt voor het garantieplafond van de GO te verhogen van € 400 miljoen naar € 1,5 miljard. Het maximum per onderneming wordt tijdelijk verruimd naar € 150 miljoen.

Omdat de bovengenoemde voorgestelde maatregel onder deze extreme omstandigheden niet toereikend is, heeft het kabinet besloten om een corona-module voor garantie op bankleningen aan de GO-regeling (GO-C) toe te voegen. Onder deze module geldt een tijdelijk hoger garantiepercentage van 80% (voor grootbedrijf met een omzet vanaf € 50 miljoen) en respectievelijk 90% (voor MKB-ondernemingen met een omzet tot € 50 miljoen) en wordt het garantieplafond van de regeling verder verhoogd naar € 10 miljard. Tevens mogen deze GO-C leningen maximaal een looptijd hebben van 3 jaar. Het kabinet moet nog in onderling overleg met de banken afstemmen hoe de GO-C, na goedkeuring van de Europe Commissie, in werking kan treden. Indien goedgekeurd, zal de GO-C ook toepasbaar zijn op kredieten die vanaf 24 maart 2020 tot de datum van inwerkingtreding van deze regeling zijn verstrekt.

Indien uw onderneming liquiditeit nodig heeft en kwalificeert voor de bovengenoemde GO-regeling, kunt u gebruik maken van deze regelingen door contact op te nemen met één van de tot de GO-regeling toegelaten banken. Uw financier dient zich te wenden tot de RVO.

Financiële ondersteuning van Qredits

Qredits verstrekt microkredieten aan startende ondernemers en kleine bedrijven. Qredits komt bestaande cliënten die geraakt worden door de coronacrisis tegemoet in het dragen van hun financieringslasten. De verstrekker van microkrediet verleent 6 maanden uitstel van aflossing. De rente gaat in die periode omlaag naar 2%. Het kabinet ondersteunt Qredits voor deze maatregel met maximaal € 6 miljoen. Voor rentekorting op bestaande krediet bij Qredits, of voor een nieuwe kredietaanvraag, dient u zich rechtstreeks tot Qredits te wenden.

Tijdelijk borgstelling voor land- en tuinbouwbedrijven

Voor de land- en tuinbouwbedrijven komt er een tijdelijke borgstelling voor werkkapitaal onder de regeling Borgstelling MKB-Landbouwkredieten (“BL”).

NIEUW
Kredietmogelijkheden voor startups en scale-ups

Het kabinet heeft kredietmaatregelen getroffen voor startups, scale-ups en andere innovatieve bedrijven die getroffen worden door de coronacrisis. Deze groep bedrijven is overwegend met eigen vermogen of risicodragend vermogen gefinancierd en heeft vaak geen bankrelatie en kunnen in de praktijk momenteel moeilijk bij een bank terecht voor financiering.

Het kabinet heeft daarom de Regionale ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s) verzocht aan deze bedrijven kredieten te gaan verstrekken. Het kabinet stelt hiervoor in de eerste instantie € 100 miljoen ter beschikking. De maatregel wordt momenteel voorgelegd aan de Europese Commissie en verwacht wordt dat deze eind april beschikbaar is.

NIEUW
Herverzekering van kortlopende kredietverzekeringen

Veel bedrijven zoals winkels en horecazaken uit het mkb-segment worden bevoorraad op basis van leverancierskrediet. Op jaarbasis wordt op deze wijze ruim 200 miljard euro aan leveringen mogelijk gemaakt tussen Nederlandse leveranciers en hun afnemers, waarvan ongeveer 30% binnen Nederland. Indien, zoals in de huidige omstandigheden, de betalingsrisico’s toenemen, kunnen en moeten de verzekeraars hun posities snel afbouwen door de toegekende verzekeringslimieten op bedrijven te verlagen of geheel in te trekken. Zonder overheidsingrijpen zal dat op de korte termijn gebeuren en zal de levering aan ongeveer 75.000 bedrijven in gevaar komen. Daarom werkt het Ministerie van Financiën momenteel aan een herverzekering voor het hele jaar 2020 die snel in werking moet treden waardoor kredietverzekeraars niet genoodzaakt zijn op korte termijn hun limieten terug te brengen en de levering aan bedrijven gewaarborgd blijft.

NIEUW

Betaalpauze voor hypotheekverplichtingen

Kredietverstrekkers zoals banken willen klanten de mogelijkheid bieden een betaalpauze van rente en aflossing aan te gaan voor maximaal zes maanden, als zij tijdens de coronacrisis tijdelijk niet aan hun betalingsverplichtingen kunnen voldoen. Voor hypotheken waarvoor een fiscale aflossingsverplichting geldt, moet dit volgens de huidige fiscale regels bij een pauze in 2020, uiterlijk in 2021 worden terugbetaald. Een nieuw beleidsbesluit regelt twee zaken: ten eerste hoeft de aflossingsachterstand niet uiterlijk 31 december 2021 te worden betaald, maar kan deze (direct) worden uitgesmeerd over de resterende looptijd (van maximaal 360 maanden). Ten tweede kan een klant in plaats hiervan kiezen om zijn resterende lening te splitsen. Hierdoor hoeft de maximaal zes maanden achterstand niet per definitie te worden uitgesmeerd over de resterende looptijd, maar kan dit ook apart binnen bijvoorbeeld vijf jaar worden afbetaald. De overheid biedt hiermee meer mogelijkheden tot maatwerk.

Maatregelen die u zelf kunt nemen

De volgende maatregelen zijn voorbeelden van de kansen die fiscale regelgeving biedt om de liquiditeit van uw onderneming te verbeteren.

Verlagen voorlopige aanslagen vennootschapsbelasting

Boekjaar 2020

Mogelijk heeft uw onderneming een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting voor het lopende boekjaar 2020 ontvangen en die inmiddels voor een deel of volledig betaald. Deze voorlopige aanslag is in de regel gebaseerd op resultaten van voorgaande boekjaren. Deze resultaten zijn echter gezien de recente ontwikkelingen mogelijk niet meer representatief. U kunt bij de Belastingdienst een verzoek indienen om de hoogte van de voorlopige aanslag naar beneden bij te stellen. Hiermee voorkomt u dat verder betaald moet worden op de aanslag of dat uw onderneming het reeds betaalde bedrag geheel of voor een deel weer terugontvangt.

NIEUW
Boekjaar 2019

Verwacht u dat uw onderneming in 2020 een fiscaal verlies rapporteert? Dan kan dit verlies in beginsel worden teruggewenteld naar het boekjaar 2019 en worden verrekend met de belastbare winst van 2019. Deze terugewenteling vindt echter pas plaats zodra het verlies over 2020 definitief is komen vast te staan. Dat zal niet eerder zijn dan in 2021.

Heeft uw onderneming inmiddels vennootschapsbelasting betaald over 2019 op voorlopige aanslagen? Dan rijst de vraag of u deze voorlopige aanslag tijdelijk kunt laten verlagen in anticipatie op de terugwenteling van het verlies uit 2020. Naar onze mening is dat het geval.

Het kabinet vindt het onwenselijk als ondernemingen zo lang moeten wachten op die mogelijkheid. Om ervoor te zorgen dat zo veel mogelijk liquiditeit in ondernemingen blijft, wordt het mogelijk om verliezen die bedrijven die belastingplichtig zijn voor de vennootschapsbelasting in 2020 verwachten te lijden, alvast in aanmerking nemen bij het bepalen van de belastbare winst van 2019. Daarom zal het kabinet het voor deze bedrijven mogelijk maken om voor de vennootschapsbelasting het verwachte verlies voor het jaar 2020 door de coronacrisis als fiscale coronareserve ten laste van de winst van het jaar 2019 te brengen. Hierbij geldt dat deze coronareserve niet hoger mag zijn dan de winst van 2019.

Heeft uw onderneming inmiddels vennootschapsbelasting betaald over 2019 op voorlopige aanslagen? Dan kunt u deze voorlopige aanslag verlagen indien en voor zover in 2020 een fiscaal verlies wordt verwacht. Dit verwachte verlies kan dan ten laste van de (geschatte) winst van 2019 worden gebracht in de vorm van een fiscale coronareserve. Onduidelijk is op dit moment nog of een eenmaal getroffen coronareserve nog in 2019 wordt verminderd indien op een later moment, bijvoorbeeld bij het opstellen van de aangifte vennootschapsbelasting 2019 of bij het vaststellen van de definitieve aanslag vennootschapsbelasting 2019, het verwachte verlies over 2020 kleiner is dan op dit moment geschat. Dit zal duidelijk moeten worden zodra de spelregels rond de coronareserve in een formeel beleidsbesluit worden neergelegd.

Optimaliseren fiscale verliesverrekening

De recente ontwikkelingen kunnen aanleiding geven om in algemene zin de hoogte van de voorzieningen op de fiscale balans nog eens kritisch te bekijken. Mochten deze voorzieningen hoger uitpakken, dan drukken die de fiscale resultaten van inmiddels afgesloten boekjaren en daarmee de afdracht van inkomsten- of vennootschapsbelasting. Voor zover het treffen of verhogen van voorzieningen leidt tot een fiscaal verlies, dan kan dat verlies in de regel nog een jaar worden teruggewenteld (drie jaar voor ondernemers in de inkomstenbelasting).

Voor de heffing van vennootschapsbelasting kan de verliesverrekening wellicht nog worden geoptimaliseerd door het uitbreiden of inkrimpen van de fiscale eenheid. Verzoeken tot uitbreiding kunnen worden gedaan met een terugwerkende kracht van maximaal drie maanden; verzoeken tot inkrimping kennen géén terugwerkende kracht. Let u erop dat onderdelen van een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de verschuldigde vennootschapsbelasting over tijdvakken waarin zij deel uitmaken of maakten van de fiscale eenheid. Aan ontvoeging in het zicht van faillissement of liquidatie kleven mogelijk fiscale sancties. De specialisten vennootschapsbelasting van HVK Stevens informeren u graag over de mogelijkheden.

NIEUW
Het gebruikelijk loon van de directeur-grootaandeelhouder

Er zijn op dit moment nog maar weinig maatregelen voor de directeur-grootaandeelhouder (“dga”). De tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud (NOW) is bijvoorbeeld vooralsnog niet van toepassing op de loonkosten van de dga.

De Belastingdienst heeft aangegeven dat zij zal goedkeuren dat de dga en zijn of haar BV voor 2020 een lagere beloning kunnen afspreken indien de coronacrisis grote gevolgen heeft voor de omzet en liquiditeit van de BV. Dit biedt uitkomst voor de dga die de liquiditeit van zijn of haar onderneming wil ondersteunen door zijn of haar eigen beloning te beperken.

Het gebruikelijk loon van de dga hoeft pas aan het einde van het jaar vastgesteld te worden en in de laatste loonaangifte meegenomen te worden. Dan zal immers duidelijker zijn wat de impact van de coronacrisis is geweest op de betreffende BV. Let u echter op: een verlaging van het gebruikelijk loon kan alleen vooraf (en niet achteraf). Loon over verstreken maanden van 2020 dat al is uitgekeerd aan de dga mag niet met terugwerkende kracht worden verlaagd. Over het feitelijk uitbetaalde loon zijn loonheffingen verschuldigd. Voor de af te dragen loonheffingen kan onder de huidige maatregelen van het kabinet overigens momenteel wel uitstel van betaling worden aangevraagd.

Mocht u als dga besluiten uw maandloon te verlagen, dan dient u het verlaagde salaris (inclusief het eventuele loon in natura zoals het privégebruik van een auto) te vermelden in de maandelijkse loonaangifte. Uiterlijk aan het einde van 2020 (of bij het einde van de dienstbetrekking) dient u vervolgens te bepalen of het uitbetaalde loon op grond van de gebruikelijk-loonregeling voldoende is.

Voor de (tijdelijke) verlaging van het maandloon is geen verzoek om instemming van of vooroverleg met de Belastingdienst nodig. Om discussie met de Belastingdienst achteraf te voorkomen over de hoogte van het in aanmerking genomen dga-loon kan overigens de Belastingdienst wel verzocht worden om een (formeel) standpunt in te nemen.

BTW-teruggaaf bij annuleringen

Door de verspreiding van het COVID-19-virus zijn veel ondernemingen genoodzaakt geplande evenementen of bijeenkomsten af te zeggen of worden zij geconfronteerd met afzeggingen door hun deelnemers of cliënten. Mogelijk is de financiële schade voor uw onderneming als organisator te beperken door BTW terug te vragen. De mogelijkheden hierbij zijn sterk afhankelijk van de specifieke omstandigheden en voorwaarden van de annulering.

Indien een deelnemer het reeds betaalde bedrag volledig terugkrijgt of het reeds in rekening gebrachte bedrag gecrediteerd krijgt, en uw onderneming als organisator de BTW over dit bedrag al heeft afgedragen aan de Belastingdienst, dan kan uw onderneming dit BTW-bedrag in de volgende BTW-aangifte terugvragen van de Belastingdienst. Aan deze BTW-teruggaaf zijn wel voorwaarden verbonden.

Voor het bedrag dat een deelnemer niet terugkrijgt en dus verschuldigd blijft, moet worden bepaald of dit bedrag kwalificeert als vergoeding voor een prestatie (bijvoorbeeld deelname aan het evenement of bijeenkomst) waarop de deelnemer wel recht had maar niet heeft afgenomen, of als schadevergoeding voor de organisator. Is sprake van een schadevergoeding, dan is het bedrag in beginsel niet belast met BTW. Onder voorwaarden kan de organisator de BTW over dit bedrag dan bij de Belastingdienst terugvragen als deze BTW al is afgedragen. Is geen sprake van een schadevergoeding, dan dient de BTW op de gebruikelijke manier te worden afgedragen en bestaat geen mogelijkheid voor een BTW-teruggaaf.

Aanvullend adviseren wij bij een volledige of gedeeltelijke restitutie van het bedrag, nog wel een formele creditfactuur uit te reiken aan zakelijke deelnemers en hen te informeren dat zij de eventueel eerder door hen in aftrek gebrachte BTW aan de Belastingdienst dienen terug te betalen.

De BTW-specialisten van HVK Stevens helpen u graag de mogelijkheden in kaart te brengen in de specifieke situatie binnen uw onderneming en op basis van de specifieke afspraken die uw onderneming gemaakt heeft met haar afnemers of cliënten.

Heroverweeg de BTW-aangifteperiode

Btw-aangifte doet u of uw onderneming in beginsel per kwartaal. Er zijn echter uitzonderingen op deze regel mogelijk. U kunt verzoeken per maand aangifte te doen. Het doen van maandaangifte kan voordelig zijn bij een structurele btw-teruggaaf. Kwartaalaangifte is over het algemeen aan te raden indien u zich in een BTW-betalende positie bevindt. Wij bekijken graag samen met u welk tijdvak het beste bij u past.

Factuurdata rond het einde van het BTW-aangiftetijdvak

Wanneer een factuur op de laagste dag van het tijdvak wordt verstuurd, dient nog in dat tijdvak BTW te worden afgedragen. De Belastingdienst maakt in beginsel namelijk geen onderscheid tussen betaalde en onbetaalde rekeningen. Wanneer u de rekening op de eerste dag van het volgende tijdvak verstuurd, dient pas aan het einde van dat tijdvak de btw te worden afgedragen. De kans is groter dat de rekening dan wordt betaald vóórdat de BTW moet zijn afgedragen. Dit kan dus zorgen voor een liquiditeitsvoordeel. Omgekeerd kan hetzelfde resultaat worden bereikt door inkoopfacturen nog juist voor het nieuwe tijdvak toegezonden te krijgen, zodat de te betalen BTW nog in het huidige tijdvak teruggevorderd kan worden. Hier moet uw leverancier dan uiteraard wel aan meewerken.

BTW terugvragen over nog onbetaalde facturen

U heeft als schuldeiser uiterlijk één jaar na het opeisbaar worden van een vordering recht op teruggaaf van de door u afgedragen BTW. Heeft u dus langer dan 12 maanden geleden facturen uitgereikt en zijn deze nog niet betaald, dan kunt u in de eerstvolgende BTW-aangifte de afgedragen BTW op deze facturen terugkrijgen. Let u op dat als de oninbare vordering op een later tijdstip alsnog wordt betaald, u de eerder op de BTW-aangifte in mindering gebrachte BTW opnieuw dient te voldoen. Indien eerder dan na 12 maanden na het verstrijken van de betalingstermijn reeds vast komt te staan dat de klant de factuur niet zal betalen (bijvoorbeeld in het geval van een faillissement) kan de BTW al eerder worden teruggevraagd.

Vaststellen of beëindigen fiscale eenheid voor de BTW

Het bestaan van een fiscale eenheid voor de BTW kan voordelig uitwerken. Een onderdelen van een fiscale eenheid zijn bijvoorbeeld geen BTW verschuldigd over onderlinge leveringen van goederen en diensten. Daarmee wordt voorkomen dat op onderlinge transacties BTW moet worden berekend en afgedragen die dan later weer dient te worden teruggevorderd van de Belastingdienst. Dit kan extra voordelig zijn indien een onderdeel van de fiscale eenheid vrijgestelde prestaties verricht. Let u op, de vaststelling van een fiscale eenheid betekent automatisch dat alle onderdelen hoofdelijk aansprakelijkheid worden voor elkaars BTW-schulden. Om deze reden kan het ook juist raadzaam zijn de fiscale eenheid niet aan te gaan of bestaande fiscale eenheden waar mogelijk te verbreken. De BTW-specialisten van HVK Stevens helpen u graag bij het vaststellen van de mogelijkheden.

Fiscale bestuurdersaansprakelijkheid

Indien uw bedrijf moeite heeft met het betalen van bepaalde belasting- en premieschulden (zoals de omzetbelasting, vennootschapsbelasting en loonheffingen), meldt dit dan zo snel mogelijk aan de Belastingdienst. Indien uw onderneming niet in staat is om de betreffende schulden te betalen en indien u nalaat om betalingsonmacht tijdig te melden, dan heeft dat gevolgen voor eventuele hoofdelijke aansprakelijkheid van de bestuurder(s) van en betrokkenen binnen uw onderneming.

Melding betalingsonmacht

Indien uw bedrijf niet meer in staat is om de verschuldigde belastingen of premies te voldoen, dient hiervan onmiddellijk of ten minste binnen twee weken melding te worden gemaakt bij de ontvanger van de Belastingdienst. De termijn start op de dag na de dag waarop de belasting behoorde te zijn afgedragen of voldaan. Een melding moet schriftelijk worden gedaan en voor elke afzonderlijke afdracht of aanslag. Wordt geen of niet tijdig melding gedaan, dan wordt de bestuurder of betrokkene geacht kennelijk onbehoorlijk bestuurd te hebben met de betalingsonmacht als gevolg. Het is vervolgens aan de bestuurder om aan te tonen dat zijn bestuur niet tot de betalingsonmacht heeft geleid.

Keten- en inlenersaansprakelijkheid

Indien uw bedrijf werk uitbesteedt of personeel inleent, dan bestaat een risico op aansprakelijkheid voor de afdracht van onder andere loonheffingen en premies door uw contractspartij. Er is sprake van zogenaamde inlening indien een werkgever (uitlener) met instandhouding van de dienstbetrekking een werknemer ter beschikking stelt aan een derde (inlener). Uw onderneming kan dus als inlener hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de verschuldigde loonbelasting, btw, sociale verzekeringspremies en inkomensafhankelijk bijdrage Zvw van alle bij het werk betrokken arbeidskrachten. Uw bedrijf kan zich als inlener indekken tegen de risico’s van keten- en inlenersaansprakelijkheid.

Juridische splitsing

Een juridische splitsing kan om verschillende redenen een geschikt middel zijn om activa van elkaar te scheiden, bijvoorbeeld in geval van financieel mindere tijden. Activa kunnen daarmee beschermd worden tegen toekomstige schuldeisers. terwijl de rechten van bestaande schuldeisers zijn beperkt tegen huidige, verlaagde waardes. Door nu snel te handelen op basis van de eindejaarscijfers 2019 kunnen – zelfs met inachtneming van de wettelijke éénmaandsverzetstermijn – juridische splitsingen worden georganiseerd die het beste kunnen worden getypeerd als ‘flitssplitsing’. Houdt er rekening mee dat een juridische splitsing minimaal twee maanden in beslag neemt. De juristen van HVK Stevens bespreken graag de mogelijkheden met u.

Verkopen van vorderingen

Indien u door de huidige economische situatie handelsvorderingen van uw onderneming heeft opgegeven en moet afschrijven, kunnen deze echter nog steeds van waarde zijn en kan cash flow gerealiseerd worden. Dit kan door middel van de verkoop van deze vorderingen aan markpartijen die gespecialiseerd zijn in het opkopen van vorderingen die minder waard zijn dan de nominale waarde. Deze marktpartijen betalen u een percentage van de nominale waarde van uw vordering afhankelijk van de kwaliteit van de vordering. Het voordeel voor u is dat uw cashflow direct verbetert en u uw risico op eventuele toekomstige verliezen beperkt. Andersom kan het voor u als investeerder strategisch en financieel interessant zijn om vorderingen te kopen van partijen die een acute liquiditeitsbehoefte ontwikkelen. HVK Stevens kan u adviseren over de commerciële, juridische en fiscale aspecten op dit vlak.

Fiscale kansen

De laatste week werd duidelijk dat ook de beurzen hard worden geraakt door de uitbraak van het COVID-19-virus. Hierdoor kan uw in privé gehouden beleggingsportefeuille fors in waarde zijn gedaald en de komende tijd nog verder gaan dalen. Dit biedt kansen voor uw persoonlijke belastingpositie.

Beleggingsportefeuilles

U kunt bijvoorbeeld van de huidige marktomstandigheden gebruik maken door tegen de huidige verlaagde waarderingen (een deel van) uw beleggingsportefeuille te schenken of te verkopen tegen schuldigerkenning aan bijvoorbeeld uw kinderen en daarmee schenkbelasting en toekomstige erfbelasting te besparen:

Schenkbelasting

Bij schenking van de beleggingsportefeuille wordt er op het moment van schenking over de waarde in het economisch verkeer (“WEV”) van de beleggingen 10% tot 20% schenkbelasting verschuldigd. De eerste € 5.515 aan geschonken beleggingen per kind binnen een kalenderjaar zijn vrijgesteld. Indien uw kind tussen de 18 en 40 jaar is en u nog niet eerder gebruik heeft gemaakt van een verhoogde vrijstelling voor dat kind, kunt u eenmalig tot € 26.457 aan beleggingen vrij van schenkbelasting schenken. In principe dienen de kinderen als verkrijgers de schenkbelasting te voldoen maar u kunt er ook voor kiezen om de schenking vrij van recht te verrichten. Het herstel van de beurzen en daarmee de beleggingsportefeuille en de verdere waardeaangroei incl. resultaten daaruit heeft u vervolgens zonder schenkbelasting overgedragen aan uw kinderen. De recente beursval kan op deze manier een aanzienlijke besparing van schenkbelasting (en toekomstige erfbelasting) opleveren.

Herroepelijk schenken

In de schenkingsakte kan worden vastgelegd dat de schenking herroepelijk plaatsvindt. Daarmee wordt bepaald dat u de schenking op ieder moment, enkel afhankelijk van uw wil, (deels) kan herroepen. De betaalde schenkbelasting kan bij de herroeping volledig worden teruggevorderd van de Belastingdienst (met uitzondering van de schenkbelasting die zou zijn verschuldigd over de daadwerkelijk door de kinderen verkregen rendementen uit de beleggingsportefeuille). Dit biedt de zekerheid dat u, bij een verdergaande beurscrisis waarbij de portefeuille nog verder in waarde daalt, de aandelen niet te vroeg aan uw kinderen heeft weggeschonken. Daarnaast houdt u, indien u het geschonken vermogen in de toekomst toch zelf nodig blijkt te hebben, de mogelijkheid dit vermogen (deels) terug te vorderen door herroeping.

Verkoop tegen schuldigerkenning

In plaats van schenken kunt u de aandelenportefeuille tegen de relatief lage WEV ook verkopen aan uw kinderen tegen schuldigerkenning. De kinderen kunnen deze schuld afbetalen met toekomstige rendementen uit de beleggingsportefeuille. Daarnaast kunt u jaarlijks delen van de schuld kwijtschelden wat eveneens als een jaarlijkse schenking wordt aangemerkt. Ook deze verkoop kan herroepelijk worden vormgegeven.

Zeggenschap

Het is daarnaast mogelijk om de te schenken beleggingsportefeuille te certificeren of in te brengen in een commanditaire vennootschap (“CV”) of fonds waardoor de zeggenschap over het geschonken vermogen volledig bij uzelf kan blijven en uw kinderen hier geen zeggenschap over krijgen. U schenkt dan certificaten of participatiewijzen waarvan de WEV wordt vertegenwoordigd door de WEV van de beleggingsportefeuille. Door middel van een familiestichting, CV of fonds voor gemene rekening houdt u het beleggingsvermogen en de zeggenschap daarover juridisch gebundeld.

Indien u meer informatie wilt over het herroepelijk schenken van een beleggingsportefeuille of andere assets die door de recente marktontwikkelingen momenteel sterk in waarde zijn gedaald, dan kunt u contact opnemen met de estate-planningsspecalisten van HVK Stevens om de mogelijkheden tot besparing van schenkbelasting te bespreken.

Realiseren van een fiscaal verlies in box 2

Indien u een aanmerkelijk belang in een vennootschap bezit met een hoge verkrijgingsprijs voor de aandelen, bijvoorbeeld omdat u ter besparing van inkomstenbelasting in box 3 recent cash of beleggingen heeft ingebracht in een BV, dan kunt u door de koersval mogelijk een fiscaal verlies in box 2 realiseren. U kunt het verlies realiseren indien de aandelen momenteel minder waard zijn dan de verkrijgingsprijs en u de aandelen vervreemdt. Deze vervreemding kan plaatsvinden door bijvoorbeeld het verkopen van alle aandelen tegen de momenteel lage WEV aan uw kinderen of door het liquideren van de BV waarbij de beleggingsportefeuille met de relatief lage waarde aan privé wordt uitgekeerd. Het box 2 verlies kan worden verrekend met aanmerkelijkbelangwinsten (dividenden of vervreemdingswinsten uit het vorige kalenderjaar (2019) en de volgende 6 kalenderjaren (tot en met 2026)). Als u twee jaar na het realiseren het verlies nog niet heeft kunnen verrekenen en reeds twee jaar geen aanmerkelijk belang meer heeft, dan kan het verlies worden omgezet in een belastingkorting ter grootte van 26,25% van het verlies. Die belastingkorting kan worden verrekend met inkomstenbelasting over het inkomen uit werk en woning (box 1).

Door de aandelen met een verlies in box 2 te verkopen aan uw kinderen (eventueel tegen schuldigerkenning), bespaart u naast inkomstenbelasting ook schenkbelasting omdat het beursherstel dan onbelast aan uw kinderen toekomt (zie hiervóór in deze nieuwsbrief)

Daarnaast kan de tussentijdse waardedaling van een beleggingsportefeuille voor directeuren-grootaandeelhouders in bepaalde gevallen een uitgelezen kans zijn om alsnog een structuur met een vrijgestelde beleggingsinstelling op te zetten.

Verminderen van een conserverende aanslag

Indien u een vanwege een emigratie uit Nederland een conserverende aanslag opgelegd heeft gekregen en de vennootschap waar de conserverende aanslag op ziet (voornamelijk) beleggingen houdt, dan bestaat mogelijk kans uw conserverende aanslag te verminderen. Dit is gunstig voor conserverende aanslagen die zijn opgelegd voor emigraties vanaf 15 september 2015 omdat deze niet meer na tien jaar worden kwijtgescholden. Het verminderen van deze conserverende aanslag is mogelijk indien door de koersval uw aanmerkelijk belang momenteel minder waard is dan op het moment van emigreren. Door verkoop van het aanmerkelijk belang zal de conserverende aanslag voor de op dit moment lagere waarde worden herzien en bespaart u Nederlandse inkomstenbelasting over het verschil tussen de waarde op het moment van emigratie en de waarde in de huidige marktomstandigheden.

Bedrijfswaarderingen

Een bedrijfswaardering van uw onderneming zou in de huidige marktomstandigheden fors lager kunnen uitvallen. In bepaalde situaties kan dit een fiscaal voordeel opleveren:

Schenken van aandelen

Indien u gebruik kunt maken van de fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten wanneer u een actieve onderneming drijft, kan het gunstig zijn om op dit moment met een lagere bedrijfswaardering uw onderneming met toepassing van deze faciliteiten te schenken aan uw kinderen. De bedrijfsopvolgingsfaciliteiten zijn voorwaardelijke vrijstellingen die kunnen worden teruggenomen, bijvoorbeeld indien de bedrijfsopvolger de onderneming niet gedurende vijf jaar blijft voortzetten. Bij een lagere bedrijfswaardering zal de voorwaardelijke belastingclaim lager uitpakken.

Verkopen van aandelen

Indien uw BV niet in aanmerking komt voor de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten, bijvoorbeeld omdat het een passieve vastgoedonderneming betreft of enkel een beleggingsvehikel, dan is het voor de inkomstenbelasting en schenkbelasting gunstig om de aandelen tegen een lage waardering te verkopen aan uw kinderen. De kinderen kunnen de koopprijs schuldig blijven, ook gezien de lage rentestanden. Een dergelijke verkoop zou kunnen worden gecombineerd met het schenken aan uw kinderen.

Omzetten van gewone aandelen in cumulatief preferente aandelen

Een andere vorm van een fiscaal vriendelijke vermogensoverdracht is om in het kader van een bedrijfsopvolging gewone aandelen om te zetten in cumulatief preferente aandelen, waarbij nieuwe gewone aandelen (met een zeer geringe waarde of relatief lage waarde) worden uitgegeven die vervolgens worden overgedragen (door schenking of koop) aan de beoogde bedrijfsopvolgers. De toekomstige waardestijging van de onderneming kan hierdoor toekomen aan de bedrijfsopvolgers, waardoor in de toekomst schenk- of erfbelasting en inkomstenbelasting wordt bespaard. Over de cumulatief preferente aandelen moet jaarlijks een zakelijke vergoeding worden uitgekeerd in de vorm van een primair dividend over de waarde van de aandelen op het moment van omzetting. Indien deze waarde in de huidige marktomstandigheden relatief laag ligt, dan kan dit een uitgelezen moment zijn voor de opzet van een dergelijke “cumpref”-structuur.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met: