HVK Stevens
24/04/2019 HVK Stevens

Energiebelasting: de samenstelregeling

Onlangs werd bekend dat het kabinet eind 2018 de plank behoorlijk heeft misgeslagen bij hun voorspelling over de gemiddelde energierekening van de Nederlandse burger. In de media wordt uitgebreid stilgestaan bij de door het Centraal bureau van Statistiek voorspelde forse toename van de gemiddelde energierekening. Zelfs de minister-president moest eraan te pas komen om de burger gerust te stellen dat vrijwel iedereen er alsnog op vooruit zou gaan ten opzichte van voorgaand jaar. Het verschil was echter groot. Was door de minister eind 2018 een gemiddelde stijging van € 108 voorspeld, bleek dit ingevolge de berekeningen van het Centraal bureau van Statistiek met ruim 300% hoger uit te vallen op een bedrag van gemiddeld € 334 per Nederlands huishouden. Mogelijk minder bekend is het feit dat de energierekening voor een aanzienlijk gedeelte uit belasting bestaat. In januari 2019 bestond de totale energierekening voor een huishouden voor maar liefst 47 procent uit belasting.

Een besparing op de energierekening kan dus mogelijk worden gevonden in de wijze waarop de belastingheffing wordt vastgesteld. In deze bijdrage gaan wij allereerst in op de werking van de energiebelasting. Omdat in beginsel de energiebelasting per onroerende zaak wordt geheven, gaan wij nader in op het begrip onroerende zaak en in het bijzonder de WOZ-objectafbakening uit de Wet waardering onroerende zaken (hierna: Wet WOZ). Vervolgens behandelen wij de mogelijkheid om verschillende WOZ-objecten te “clusteren” onder de samenstelregeling, hetgeen mogelijk van invloed kan zijn op de energiebelasting. Wij sluiten af met een conclusie.

Lees het artikel hier

Bron: K. de Heus & J. ten Cate – Fiscaal Praktijkblad, 22 maart 2019.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met: